Balecotoer 2013
Je kunt wel stellen dat de kop er af is. De vijfde Baleco Zeelandtoer in successie.
Een lustrumrit dus.
Voor de vijfde keer achtereen nodigde Jan van ’t Leven (en familie) in naam van sponsor Baleco de toerrijders van de Mol uit om op de fiets te gaan genieten van “zijn” Zeeland.
Een beetje miezerregen bij het nacht-en-ontij-vertrek maar zo bij Bergen op Zoom trokken de luchten open en toevallig net in de richting waar de Molkaravaan zich bewoog.
Boven Zeeland, een prachtige blauwwitte strook. Het klaarde in het westen en hoe dichter bij ’s Heerenhoek des te klaarder het werd.
Tijdens het ontvangst met koffie/thee en de bolus werd een belangrijke wijziging van de route aangekondigd.
Net zoals (in ieder geval) de eerste Baleco Zeelandtoer, was na een lange parcoursstudie, de door velen gewaardeerde –en voor sommigen gevreesde- Zeelandbrug weer in de lustrumroute opgenomen. De verwachte windsnelheden en richtingen waren gunstig. Zuid-zuidwest en niet al te hard (voor Zeeuwse begrippen), dus was die vijf kilometer oeververbinding bij voorbaat overkomelijk. Zij-rugwind. Maar het had de Heren van Rijkswaterstaat anders behaagt.
Was de Zeelandbrug het eerdere weekend afgesloten geweest voor groot onderhoud, had men het plan opgevat om dat –zonder voorafgaand overleg met Jan trouwens- tijdens de Baleco Zeelandtoer ook maar te doen. Bij een controle had men namelijk scheurtjes in de onderkant van de brug ontdekt. De onderkant dus! En om te inspecteren of de scheurtjes groot genoeg waren, of zo iets, moest men dat vanaf te bovenkant konstateren, de plek waar het verkeer zich beweegt. Je verzint zoiets toch niet: je laat de Oosterschelde toch ook niet leeglopen om te kijken of die slijtagegaten in de kering nu echt wel 50 meter breed zijn.
Dus werd de route een wat omgelegd. En zonder de passage over de Zeelandbrug uiteraard.
In plaats daarvan een prachtig alternatief over Colijnsplaat en Wissenkerke, langs de zuidelijke kust van de Oosterschelde. Echter niet nadat we het kunstenaarsdorpje Kats waren gepasseerd, daar waar de plaatselijke bevolking met gekleurd breiwerk alle parkeerpaaltjes hadden versierd (?). Het nut daarvan is met volledig ontgaan, maar ’t was wel vrolijk….

En dan over de kering.
Al fietsend over dit immense bouwwerk heb je wel een klein beetje het idee dat het groot is, maar zo vanuit de lucht gezien besef je pas waar je overheen fietst. Tevens één van de grootste voorbeelden van ons nationale poldermodel.
Voor de afsluiting van de Oosterschelde is voor een complexe oplossing gekozen teneinde het watermilieu in de Oosterschelde zout als zeewater te kunnen behouden.
Oorspronkelijk wilde men de Oosterschelde volledig afdammen. Eind jaren 1960 werd hiermee begonnen. Hiervoor werden enkele kunstmatige eilanden aangelegd, waaronder Roggenplaat (1969), Neeltje Jans (1970) en Noordland (1971). Eind 1973 was al vijf van de negen kilometer van de Oosterschelde afgedamd. In het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw ontstond er echter een massaal protest vanuit de visserij, de kwekers van schelpdieren, zeezeilers en later ook milieuorganisaties. De eerstgenoemde gebruikers verwachtten hun beroep te verliezen; de zeezeilers zouden hun inwaarts gelegen thuishavens (Veere en Zierikzee) niet meer kunnen gebruiken. De milieuorganisaties vreesden dat de Oosterschelde bij afsluiting een dood water zou worden en pleitten voor dijkverzwaring als oplossing voor de veiligheid.
De PPR steunde hen en dreigde uit het kabinet-Den Uyl te treden. De werkzaamheden werden hierop in juli 1974 tijdelijk stopgezet in afwachting van een definitief besluit. De regering benoemde een Commissie Klaasesz, die advies moest uitbrengen.
Uiteindelijk werd in 1976 besloten om over de resterende vier kilometer lengte schuifdeuren aan te brengen. Deze deuren staan normaliter open, maar kunnen bij storm dicht. De instroom van zout water en de getijden in de Oosterschelde zijn daarmee behouden, maar wel aan banden gelegd. Dit laatste wordt nog onderstreept door de tekst die op de gedenksteen op Neeltje Jans is aangebracht: "Hier gaan over het tij: de maan, de wind en wij".
Als het goed is hebben wij deze gedenksteen twee keer gezien. Voor en na de pauze in “’t Oliegeultje” waarbij het peloton rijkelijk van koffie en appelgebak werd voorzien.
Terug via de voorbedachte route, waarbij het Zeeuwse land zich van haar meest mooie kant liet bewonderen. Vergezichten, goud-gele akkers en op de horizontlijn een witte molen. Als van Gogh geleefd zou hebben had ik hem zeker hier aan een slootkant verwacht.
Wat een helderheid en een luchten.
Dat er af en toe een pony met ons mee rende -en ook op tijd voor het prikkeldraad stopte-, dat er ook een paard met ons mee rende niet in de wei en niet stoppend, maar een afslag nam die wij niet namen en zijn zwarte vriendje als voorbeeld dienend, maakte het peloton er alleen maar op attent dat dit de natuur is waar we deze dag gebruik van mochten maken.
Terug in ’s Heerenhoek tussen de portieren van de auto’s (om niet al te veel aanstoot te geven) even afspoelen en droge kleding aan en daarna op naar de al even traditionele maaltijd.
Mossels, biefstuk of vegetarisch. En wat was het gezellig
Een prachtige dag.
Een prachtige rit onder Zeeuwse luchten, tegen Zeeuwse winden en met Zeeuwse mossels. Met dank aan sponsor Baleco en het verdere leuke gezelschap.
Knarrendag 2013
Het is goed om samen met Jannes een hele dag achter het peloton op de Veluwe rond te rijden.
2e Paasdag is voor ons bijna “vaste prik” om de volgauto te bemannen. Of het nu dor de eieren of de rust van de omgeving komt, tijdens de paasrit van 2012, tastten we bij elkaar de uitvoerbaarheid van het idee af om met de woensdaggroep eens een keertje buiten onze eigen regio te gaan te fietsen.
In 2013 kwam het onderwerp wederom ter sprake waarbij we opmerkten, dat als we de koe niet bij de hoorns zouden vatten, we in 2014 hetzelfde gesprek zouden gaan voeren en er uiteindelijk dus niets gepland zou gaan worden. De datum werd op die dag vastgesteld. De eerste woensdag van september zou het worden: genoeg tijd nog om de mensen van de woensdaggroep voor te bereiden.
Waar we heen zouden gaan werd toen ook al min of meer vastgesteld. Naar de Veluwe, daar waar de roots van Jannes liggen en daar waar hij iedere knobbel aan de boom weet te vinden. En natuurlijk niet al te veel klimwerk om, behalve bij mij, ook bij sommige anderen bij voorbaat het plezier van zo’n rit niet te vergallen.
Samen met zijn zwager heeft Jannes al het voorwerk gedaan en werden er verscholen fietspaden ontdekt. Werd er een startplek gevonden en uiteindelijk een prachtige route voor de 4e september gepland.
Nadat verzameld werd bij Pellikaan ’s Verpakkingen waar we gastvrij met een kopje koffie ontvangen werden in Dani’s bedrijfsrestaurant, vertrok de meute van 24 deelnemers richting Barneveld.
Bij de Goudrenet aldaar, de fietsen uitgepakt en in elkaar gezet, de schoenen aan en de helm, nou ja….het gebruikelijke werk dus: de koffie en de plas en daarna richting Voorthuizen.
“Kijk, in dat huis is mijn vrouw geboren.” Even verderop: “ In deze straat ben ik geboren” en “In die boerderij woont een tante.” Een nostalgische rondreis. Voor Jannes, maar ook voor anderen. De militaire-dienstverhalen, de schoolreisjes naar de Julianatoren en de eerste pannenkoek met opa bij het Uddelermeer.
Of de rit nu echt vlak was? In mijn onschuld had ik dat wel beloofd, maar waar je op de Veluwe denkt zonder glooiingen te kunnen fietsen dan weet je ook zeker dat je niet op de Veluwe fietst. Over die prachtig gekleurde heide is het juist fijn als je niet met 28km per uur een paar extra duwtjes op de pedalen moet doen. Het tempo gaat dan automatisch omlaag, zodat er meer gelegenheid is om te genieten van dit mooie stukje Nederland.
Want genoten werd er. Tijdens de koffiestop in Hoenderloo en daarna richting Deelen, Ede, Planken Wambuis, Ginkelse Hei en Wekerom.
Want genoten werd er. Na Wekerom met nog zo’n tien kilometer voor de wielen was het genieten zelfs zo groot, dat alle mogelijke vertragingstechnieken uit de kast werden gehaald om de rit maar niet te hoeven beëindigen. Heeft een Moller in het algemeen wel eens één lekke bad gedurende een rit, tijdens de Knarrendag presteerde er eentje om er drie te hebben (genoeg voor twee seizoenen), maar goed, dat is dan nog gedurende een hele rit… Een andere knar kon helemaal geen afscheid nemen van de omgeving en presteerde het om binnen één kilometer twee lekke banden te hebben. Echter niet nadat hij zich naast Jannes had geposteerd teneinde het tempo te drukken. Toen hij merkte dat dit –overigens door eigen toedoen- niet echt lukte: de eerste lekke band. En ja hoor, daarna weer op kop van de groep (immers het tempo moest omlaag). Toen dat kennelijk weer niet lukte, zag je het gebeuren: een behoorlijk lang en breed fietspad met in de verte een blikje. Daar zou hij wel eens overheen gaan rijden. En: tactiek geslaagd: weer een lekke band. En toen nog bij iemand de ketting eraf en een leeglopende band die moest worden opgepompt. Het is gelukt hoor: de laatste kilometers met een prachtig laag gemiddelde. Genieten? Dat moet je zo lang mogelijk doen –en vooral volhouden.
Zet maar alvast in je agenda: eerste woensdag van september: Knarrendag 2014.
Douwe
Zoek de verschillen 1-9-2013
Na de onderwegtelling bleken 44 Mollers afgelopen zondag de 1e september op pad te zijn naar het meer dan duizend jaar oude Gelderse Zaltbommel.
Net voor de waterpoort aldaar linksaf en op de markt een wondermooie koffiestop, waar op het terras alle Mollers plaats konden nemen en de koffie, cappuccino en thee nuttigden.
Voor- (of nadat) de inwendige wens versterkt was. moesten er natuurlijk ook de sanitaire tewaterlatingen gedaan worden. Als dat al niet onderweg was geschied.
Voor de mannen waren daar twee krap geplaatste urinoirs tot hunner beschikking. Wat enig duw werk noodzakelijk maakte. En wonder boven wonder, ook deze urinoirs waren voorzien van vlieg.
Je weet wel, zo’n vlieg waarop de man al snel geneigd is om op te mikken tijdens het plassen. Ooit een slim idee van een urinoirbouwer om die beestjes (al dan niet levend) tijdens het bakproces mee te bakken. ‘s Mans natuurlijke behoefte om de straal op dat beestje richten voorkomt veel gespetter op de vloer onder de plasbak. En daar is het natuurlijk om te doen. Op die vlieg blijven mikken is dan ook het devies.
Gewend als een aanwezige Moller was alle have dat op vlieg lijkt tijdens het plassen te raken, kwam hij een uurtje later engszinsbedremmeld en behoorlijk verhit zijn verhaal doen.
Wat was daarin SaltLakebommel het geval. Tot zijn niet geringe dus grote verrassing was de vlieg niet gediend van de warme douche en vloog weg. Onverhoeds de zaak in.
De Moller achter de vlieg aan natuurlijk. Over de daar aanwezige stoelen en tafels en een fikse sprong over de bar, totdat –na de geledigde blaas- de vlieg tot de orde werd geroepen door de eigenaar van de zaak. De vlieg had gewoon moeten blijven zitten en niet de euvele moed moeten hebben de vliegerslatten te nemen opdat de behoeftepleger al mikkend door de zaak zijn richtmikbehoefte kon uitoefenen (bevredigen zou het juiste woord zijn geweest, maar klinkt zo raar in dit verband). Er zou die avond na sluitingstijd nog een hartig woordje met de onrustige vlieg worden gesproken werd mij verzekerd. Immers de vlieg was ingehuurd om te allen tijden rustig te blijven en te zitten.
En toen was ineens die snelle groep weg en bleek dat voor het vertrek vanuit het clubhuis 41 euro in de volgautobus wasgestort.
Een mooie rit Bas.
Fijn dat Henk de honneurs van de geblesseerde Daniel waar wilde nemen en dat Stefan en Harry de plotseling verhinderde chauffeurs “van dienst” wilden vervangen. Ennatuurlijk de steeds sterkere intervallende Ad en Theo als verkeersregelaars.
Douwe
Foto: Wikipedia/Michiel1972
Math Salden 29-6-2013
De rit naar Limbricht verliep voorspoedig. Alleen een paar kilometer voor Limbricht was bij mij de nood hoog, zodat ik een parkeerplek diende te zoeken. Gelukkig geen probleem, want ik ben in het bezit van een TomTom, zodat ik kasteel Limbricht gelegen aan de Allee toch wist te vinden, al was het enige tijd later. Harry en Theo waren er al en na het inschrijfritueel, het bevestigen van het rugnummer -ik had 846- en een kop koffie zochten wij onze fietsen op om aan de 150 km tocht te gaan beginnen. Het weer was zacht en droog. Het peloton van 4 man sterk ging op weg vol goede moet, richting Guttecoven met in ons kielzog de volgauto met Henk en Karel. Graetheide, Berg en Urmond volgden.
Waar precies weet ik niet maar toen reed Theo zijn voorband lek. Het klusje was uiteraard zo geklaard en voor wij het wisten zaten wij alweer op de fiets richting Kleine Meers, Geule a/d Maas en Bunde waar de Dennenberg zich aandiende. Onze eerste echte klim. Stevig in de pedalen ging het omhoog. Na Kasen, Schietecoven volgde weer een klim. Nu met de mooie naam "Waterval". Uiteraard reden wij hier sprankelend omhoog. Nog steeds fris en fruitig. Weer diverse plaatsje en dorpjes gepasseerd, waaronder het welbekende Valkenburg. De Cauberg lieten wij rechts liggen, maar bij Stokhem doemde een heuvel op met de lugubere naam "Dode man". Deze klim was een echte kuitenbijter, maar ook deze heuvel kregen wij klein. Even later in Gulpen maakten wij de heuvel "Rijksweg" nog even koud. Wat mij wel opviel was dat onze nestor, Harry, steeds makkelijker ging klimmen. Het kostte hem ogenschijnlijk geen enkele moeite om boven te komen. Na zo'n 77 km kwamen wij in Slenaken waar de eerste controlepost 't Brugske was opgesteld. Tijd voor een kop koffie en natuurlijk een stuk Limburgse vlaai, die wij ons goed lieten smaken.
Het kon natuurlijk niet anders dan dat de pauze uitliep. Toen wij aanstalten maakten om te vertrekken, kwam Hans Duurkoop binnen. Hij reed de langste versie van meer dan 200km. Samen met zijn vrouw Helene stond hij dit weekend op een camping bij Valkenburg. Na hem een goede rit toegewenst te hebben gingen wij verder. De Loorberg, Eperheide, Schweiberg en Kruisberg lagen op ons te wachten. Wat ik wel ervoer, was dat het klimmen steeds meer moeite kostte, maar het afdalen was iedere keer weer een verademing. Theo denderde mij tijdens het afdalen steeds met een bepaalde doodsverachting voorbij. Op het bijna zwaarste verzet stoof hij in volle vaart naar beneden. Iedereen achter zich latend. Op een gegeven moment doemde(volgens mij) voor ons de Kruisberg op. Een steile klim waar het venijn in de staart zit, of te wel de laatste meters. In een klein verzet reed ik naar boven. Harry passeerde mij in een nog kleiner verzet, maar wat een souplesse. Hij danste naar bovenof het niets was. Na menige puf en gesteun kwam ik boven, waar Henk en Karel met de volgauto en Harry stonden te wachten.
Richting Baneheide (Zouden daar echt de baantjes voor het oprapen liggen? Dan was er weinig werkloosheid.) Inmiddels hadden wij ongeveer 106 km afgelegd en reden wij op de controlepost op de Fromberg aan, maar eerst zouden wij nog over de "Eyserweg" moeten. Onderweg hebben wij een paar maal een buitje gehad en het frappante is dat zo'n buitje heel verfrissend is. Overigens onze kleding was zo weer droog, omdat de temperatuur zeer aangenaam te noemen was. Eenmaal bij de controlepost aangekomen, konden wij ons laven aan energydrank, eierkoeken-of wafels. Wij konden dit gebaarwel waarderen en maakten er dus ook gretig gebruik van. Bij deze post troffen wij René Beijnsbergen aan. Hij reed evenals Hans de tocht op en voor zichzelf. Vorig jaar stroomde wij bij deze controlepost van de heuvel af, maar dit jaar scheen gelukkig de zon en was het aangenaam vertoeven. Inmiddels hadden wij ongeveer122 km afgelegd. Onderweg hadden wij een pijl gemist en waren wij van de route geraakt. Gelukkig hadden wij een geboren en getogen Limburger, Theo, in ons midden, die ons alras weer op de route wist terug te brengen. De laatste 48 km lagen nog voor ons met nog twee echte klimmen te gaan. De "Schuureikenstraat" in-bij Hoensbroek en de "Holleweg" in Schinnen. Deze klimmen waren voor Harry geen probleem voor Henk en mij kostte het toch wat meer moeite. De afgelegde kilometers gingen toch meewegen. En zoals het bij al de klimmen tot nu toe ging spurtte Theo ons omlaag weervoorbij. Een echte afdalingsspecialist. Na de 'Holleweg' namen wij afscheid van de volgauto, omdat zij een in het parcours opgenomen fietsbruggetje niet konden nemen.Bij de finish zouden wij hen weer zien. In Limbricht bij de laatste controlepost bij de winkel van Math Salden ontving ik de laatste stempel. Harry kreeg toen al zijn stempels, behalve de startstempel, want die had hij al. Onderweg had hij er niet aan gedacht zijn stempelkaart te laten stempelen. Tevens kregen wij een poster van de Tour de France met een overzicht van de te rijden ritten. De laatste kilometers naar het sportcomplex hebben wij rustig gereden. Vermoeid maar voldaan kwam ik aan. Een heerlijke rit die wij in een sportief tempo hebben afgelegd. Bij de finish zag de broertjes Hoogenboom, Hans Duurkoop en Henk Kelfkens, die een stuk met Hans Duurkoop was op gereden. Na ontvangst van een goodie bag met wielrenbladen en een bidon, ben ik eerst mijn auto, anderhalve kilometer verderop, gaan halen om mij vervolgens te gaan douchen. Bij terugkomst in de kantine waren Theo en Harry al weg, maar met beide Henken en Karel nog even lekker een biertje en colaatje voor de liefhebber, gedronken. Waarna een heel zonnige thuisreis kon beginnen. Kortom een topdag! Mannen bedankt!
Ad Doedijns
Klimclinic 8-6-2013
Sommigen van jullie hebben mij vast wel eens gezien, ik ben dat kleine vrouwtje op dat miniscule fietsje (toepasselijk een Giant) dat regelmatig bij Jetse van Melick meetraint. Ik heet Nicole Helwes, ik woon in Rotterdam en heb op 4 juli 2012 voor het eerst een rondje gereden op de oude stalen Gitane van mijn vader. Zomaar. Maar het sloeg in als een bom! Een wereld van wielerplezier viel er toen te ontdekken en te beleven en daar schrijf ik verhaaltjes over.
Omdat ik nog een nieuweling ben grijp ik alle kansen aan om maar iets te kunnen opsteken dus toen er zich zoiets als een "klimclinic op de Posbank" voordeed was ik er gelijk bij. Ik moet heel eerlijk zeggen; ik wist eigenlijk niet eens waar de Posbank lag.
Ik hoorde de naam wel altijd noemen in verband met knoestige wielertrainingen- danwel prestaties dus ik vermoedde dat het wel goed zou zijn. Hellingspercentages, klimverzetten en dat soort dingen zijn ondoorgrondelijke magische rituelen van profwielrenners en hun mecaniciëns. Ik fiets maar wat in de rondte en heb geen flauw idee.
Omdat klimmen toch een keer voor gaat komen als je eens ergens anders wilt fietsen dan op de Zuidhollandse Eilanden leek het me nuttig en leuk. 's Ochtends vroeg verzamelde zich bij de Mol een groepje van 16 mensen en Jetse, onze altijd vrolijke instructeur om met volgauto en al af te reizen naar de Posbank. Alleen al het idee van een volgauto, ik vond ons al gelijk hele profs. Het zag er bepaald goed uit hoe we de parkeerplaats opdraaiden en daar in wielertenues fietsen uit auto's stonden te halen en dan met die volgauto. Die hadden we alvast binnen. Ik begrijp eigenlijk niet goed waarom het Sportjournaal niet meteen ter plekke was.Als ik inmiddels iets heb begrepen is dat wielrenners om de haverklap appelpunten verorberen. Prima. Na zoals de traditie voorschrijft een dergelijk baksel genuttigd te hebben bij een restaurant toepasselijk genaamd De Boskabouter schroefden we onze fietsen in elkaar en reden naar het hoogste punt. De weergoden voorzagen ons ruim in juni eindelijk van het allereerste echte mooie fietsweer van het jaar dus qua vrolijkheid en goede zin kon het niet meer stuk. Het rook heerlijk naar dennenbos. Korte broekjes, blote knietjes en naar boven maar. We moesten hier en daar al een beetje aanzetten maar om nou te zeggen zwaar. Nou ja, als dit 'm nou is was ik niet onder de indruk. Maar het was hem natuurlijk niet want we waren om een beetje op te warmen aan de viagra-kant omhoog gefietst. Er bleken heus heel venijnige klimmetjes voorradig te zijn. En die moet je leren inschatten. En dan op tijd schakelen. Op je klimverzet. Vandaar een training.
Met name een door mij volkomen onderschatte redelijk steile haarspeldbocht is niet leuk als je verzuimt te schakelen op dat zaagbladenverzet van mij omdat je denkt dat het zo ook wel gaat. Zo zout (namelijk 10%) had ik het nog niet gegeten. Eenmaal op die helling aangeland bleek losklikken en afstappen niet langer optioneel. Aangezien er een hele fiets aan mijn voeten vast zat kon ik zonder om te donderen geen enkele andere kant op dan omhoog. Het ging dus noodgedwongen zo ook wel maar ik arriveerde wel compleet kapot. Toen ik eenmaal wist wat me te wachten stond en nu eindelijk een toepassing had voor mijn 23 kransje, dat nou eenmaal mijn grootste is, gingen de tweede en derde poging me best goed af.
Dat waren stijle hellinkjes hier en daar en dan afdalen in het halfduister van het bos terwijl de dagjesmensen je om de oren vliegen vergt ook nog wat concentratie. Helemaal bovenop de Posbank hadden we een gezellige lunch in een psychedelisch vormgegeven restaurant. Daarna zette Jetse de horror-pionnetjes uit op een lange klim voor wat krachttraining. We moesten op een steeds groter verzet naar boven stampen. Het moest nóg zwaarder van Jetse. Nou ok...ráng...op het grote blad. En dat is op mijn fiets een *53 gekarteld putdeksel, maar met de aanmoedigingen van Jetse lukt alles.Dit was best heftig. Maar we kregen nog een toetje; een individuele klimtijdrit op de Zijpenberg-west. Het principe is; je een klaplong fietsen en zo hard mogelijk naar boven. Ik had zoiets nog nooit gedaan en werd ineens geconfronteerd met de eenzaamheid van zo'n onderneming. Immers; je kan op niemand terugvallen, in geen enkel wiel hangen, dekking zoeken of hebt enig idee van hoe anderen het er van afbrengen. Dus dan maar je compleet kapot fietsen. Ik ben geloof ik de laatste 20 jaar van mijn leven niet zo totaal gesloopt geweest, ik heb minstens 10 minuten daar tussen de denneappels gelegen totdat ik weer aanspreekbaar was. Maar leuk was het wel. Gelukkig was dit het laatste onderdeel van de training want ik kon geen pap meer zeggen. Gezamenlijk fietsten we weer terug naar de auto's om huiswaarts te keren. Dankzij het geweldige gezelschap, onze fantastische trainer en het mooie weer is dit een onvergetelijke dag geworden. Op Posbank, Emma-piramide, Lange Juffer en Zijpenberg-west. Ongeveer 65 kilometer en 700 hoogtemeters. Mijn eerste echte klimmetjes!
Wat mij betreft tot de volgende keer in Limburg. Maar dan wel met een paar tandjes erbij op mijn "klimverzet".
Nicole Helwes
Elfstedentocht 30-5-2013
Henk Biest vroeg mij of ik zin had om de Elfstedenstedentocht te rijden. Hier ben ik samen met zwager Bart gretig op ingegaan. Henk zou zorgen voor de inschrijving. De liefhebbers waren Henk en Adri met vrouwen, Theo, zwager Bart en ik. Toen eenmaal bekend was dat de inschrijving was geaccepteerd en wij in het bezit zouden komen van de startbewijzen, begon het aftellen.
Eerste Pinksterdag zijn zwager Bart en ik naar Sneek vertrokken.Wij hadden een kamer geboekt in hotel Amicitia. Henk en Adri met vrouwen verbleven in hetzelfde hotel en waren zelfs al eerder ingetrokken in dit hotel. Toen Bart en ik het hotel betraden, troffen wij Henk en Adri in de hal. Na een hartelijk onthaal met koffie hebben wij gezellig even zitten bijpraten, waarna wij zijn gaan inchecken. De fietsen en tassen werden op de kamer gestald om vervolgens richting het café/restaurant te gaan. Op dat moment arriveerde Theo. Wij hebben beslag gelegd op de Stammtisch en onder het genot van een drankje werd de strategie van de volgende dag besproken. Op een gegeven ogenblik kwamen Jaap en Ardwil binnen, zij hadden elders onderdak gevonden en met Henk was afgesproken dat zij langs zouden komen en dat wij gezamenlijk zouden dineren. Tijdens het gevarieerde diner kwam uiteraard ook het weer ter sprake. Ardwil raadpleegde Buienradar, want hij vond Weeronline niet betrouwbaar.
Buienradar gaf bij een 24uurs voorspelling een kraakheldere lucht boven Friesland en een verwachte temperatuur van 19 graden. Dit heeft mij doen besluiten om in zomertenue te gaan fietsen. Aan de wand hingen een tweetal televisies, waarop op een gegeven moment de kamers van het hotel werden getoond. Toen de bruidssuite werd getoond, lekker decadent, vertelde Adri dat hij met zijn vrouw die kamer hadden. De voorbereiding was verder optimaal, want er werd nauwelijks wijn of bier gedronken tijdens het diner en het slot van de avond. De verwachtingen waren hooggespannen. Henk stelt voor om de volgende morgen om 5 uur te ontbijten en om 6:15 uur te vertrekken naar Bolsward. Om ongeveer half elf zochten wij onze kamers op om de volgende morgen om klokslag 5 aan het ontbijt te verschijnen. Na een stevig ontbijt en gevulde rugzakken van mijn Molshirt reden wij op de afgesproken tijd weg. Henk was al wel tweemaal wezen kloppen dat zwager Bart en ik moesten opschieten. Henk nam vanaf het hotel direct de kop en bepaalde het tempo. In no-time waren wij in Bolsward, waar het al een drukte van belang was en natuurlijk waren wij ruimschoots op tijd. Om precies kwart over zeven werd kaartnummer 18 omgeroepen en konden wij richting start gaan.
Na een wandeling van zo'n 10 minuten handen wij onze eerste (start)stempel te pakken en konden wij aan de tocht beginnen. Nog 235 km te gaan! Wij hadden er zin in en koersten in een stevig tempo richting Harlingen. Na een kleine 19 km handen wij onze 2e stempel. Het was behoorlijk mistig/nevelig, maar desondanks was het goed te doen in korte broek en wielershirt en losse mouwen. Na Harlingen volgde Franeker. Op onze tocht passeerden wij met regelmaat groepen fietsers. In de plaatsen die wij aan deden was het feest. Levende muziek dan wel disco. In sommige plaatsen swingde het echt de pan uit. Henk had ons nog gewaarschuwd dat met name het stuk tussen Franker en Dokkum in een hel kan veranderen als je daar wind tegen hebt. Ons was de wind gelukkig goed gezind en wij reden gezwind naar Dokkum. Wij konden wedijveren qua tempo met de mannen van de snelle groep van de Mol. Onderweg kwamen wij Ardwil nog tegen, die op Jaap stond te wachten. Onverdroten snelden wij voort en steeds als wij door plaatsen/dorpen reden en werden toegejuicht en/of geklapt spanden wij de benenspieren om er nog een schepje boven op te doen. Pure natuurlijke dope, niet meetbaar bij een controle.
Onderweg maande Henk nog wel om het wat rustiger aan te doen want wij hadden nog een lange weg te gaan. Na Dokkum volgde Leeuwarden, al de kleine dorpen die wij passeerden noem ik maar niet, want sommige namen zeggen jullie toch niets, zoals: Herbaljum, Tzummarum of Hiaure. De afzetting van de wegen was perfect geregeld door politie en verkeersregelaars. Op alle kruisingen en splitsingen van wegen kregen wij voorrang. Indien wij van de weg terug naar het fietspad moesten, voor de verkeersveiligheid, dan stond daar een verkeersregelaar om ons naar het fietspad te dirigeren. Na Leeuwarden vonden wij het tijd om een koffiepauze in te lassen. Tot nu toe reden wij zonder problemen en uiteraard als slimme Mollers, want om de beurt verrichtten wij kopwerk, maar schroomden ook niet om bij een groep aan te pikken, die naar ons gevoel in het voor ons juiste tempo reed.
Onderweg passeerden wij mannen op de fiets met echte wit/grijze sinterklaasbaarden, twee mannen verkleed op een tandem met daar achter een karretje met een compressor met een hoorn/toeter. De mannen trapten heel licht, en trapten zich een slag in de rond. Ik denk niet dat zij de finish hebben gehaald, maar dat zal ook niet de bedoeling zijn geweest, denk ik. Een leuk gezicht was het wel. Ergens rond het middag uur arriveerden wij weer In Bolsward, 138 km gereden en nog zo'n 97 km te gaan. Uiteraard moesten wij weer van de fiets en zijn op ons gemak richting stempelpost gelopen, ook hier weer een gezellige bedrijvigheid het veel mensen langs de kant van de weg. Na onze kaarten te hebben laten stempelen, zijn wij richting Sneek gereden, waar de vrouwen van Henk en Adri ons zouden opwachten langs de route bij een eetgelegenheid. Eenmaal in Sneek is het gaan motregen en vervolgens is het niet meer droog geweest. Op het terras van een eetgelegenheid, onder een parasol, zaten de dames op ons te wachten. Wij zijn met z'n allen naar binnen gegaan en hebben gezellig en lekker zitten lunchen. Na de lunch hebben Theo, Henk en ik onze regenjacks aangedaan.
Na afscheid te hebben genomen vervolgende wij onze weg naar IJlst. Hier was het een drukte van belang en na de stempelpost ben ik Henk, Theo, Adri en zwager Bart uit het oog verloren. Ik meende dat zij zich voor mij in de drukte bevonden. Nadat ik de ergste drukte achter mij had gelaten, ben ik langs de kant van de weg gaan staan in de hoop dat de anderen zich bij mij zonden vervoegen, maar na enige tijd meende ik dat ze al verder waren gereden. Ik ben toen op mijn fiets gestapt en heb de achtervolging ingezet. De volgende stempelpost was Sloten en dit dorp lag 21 km verderop. Vele groepen ben ik gepasseerd, maar de mannen in rood/zwart/grijs heb ik niet ingehaald. Even voor Sloten moest ik wachten voor een geopende brug, en ik heb toen met mijn mobiel contact gezocht met zwager Bart. Wat bleek zij zaten achter mij. Na de stempelpost vond de hereniging plaats. Allengs werd ik natter dan nat en zat ik op de fiets te soppen in mijn schoenen. Bij Stavoren begon ik, ondanks de warme ontvangst, op weg naar de stempelpost te bibberen als een schoothondje. De stempelkaart kon ik gewoonweg niet stilhouden. Veels te zomers gekleed dus. Kortom, eigen schuld dikke bult. Henk,Theo, Adri en zwager Bart hadden er minder last van omdat zij zich warmer hadden gekleed. Wij begonnen aan de laatste loodjes, nog 31 km te gaan. In Hindeloopen moesten wij, hoe kan het ook anders, want de hinde lopen nu eenmaal in Hindeloopen, lopend over een smal en glad bruggetje. Het laatste stukje zou een eitje worden, maar ongeveer een km of 5 voor Bolsward reed Adri lek. De band werd gewisseld. Het weer inzetten van het wiel gaf wat problemen, en onder het toeziende oog van de bewoonster waar wij op de oprit stonden, werd het klusje geklaard. Hup weer op weg! Echter ...na 100 meter stond Adri weer lek. Nu werd de buitenband goed nakeken en werd het corpus delicti snel gevonden en verwijderd. Ik hield de fiets vast, maar toen Henk het wiel er weer in wilde plaatsen bibberde ik zo erg dat Henk de kans niet kreeg om het wiel tussen de achtervork te duwen. Uiteindelijk is het gelukt en hebben wij de laatste kilometers afgelegd. Weer terug in Dokkum. Veel mensen langs de weg ondanks de regen en bij de finish zag het zwart van de mensen. Wij hadden de klus geklaard en mochten in een grote tent onze stempelkaarten tonen voor het fel begeerde kruisje.
De vrouwen van Henk en Adri stonden bij de uit/ingang te wachten om hun mannen te verwelkomen. Toen was het weer gauw op de fiets om in sneltreinvaart naar ons hotel te rijden. De laatste hindernis moest nog worden genomen een viertal trappen op met de fiets op je schouder. Op de hotelkamer eerst een bak koffie genomen en vervolgens een heel hete douche. Enige tijd later zijn wij naar het restaurant gegaan in de hoop nog te kunnen dineren, maar voor ons was dit niet meer mogelijk. Met z'n allen Henk, Theo, Adri, de vrouwen, zwager Bart en ik zijn met de auto naar Sneek gereden om eens te kijken of daar nog iets te eten viel, gelukkig vond Henk voor ons een restaurantje waar wij heerlijk mediteranees hebben gedineerd. Uiteraard hebben wij aan tafel de tocht nog eens gereden en ik denk dat ik er niets aan miszeg dat het een prachtige belevenis is geweest, die voor herhaling vatbaar is. Zeker voor zwager Bart en mij, want voor ons was het de eerste keer dat wij meededen. Henk reed de tocht al voor de 4e of 5e keer en Adri en Theo voor de 2e keer. Omstreeks half elf zijn wij terug gegaan naar het hotel, waar wij nog enige tijd hebben zitten nakaarten. Wij konden immers uitslapen. De volgende morgen nog gezellig met z'n allen ontbeten, waarna het onvermijdelijk afscheid zich omstreeks kwart over tien aandiende.
Henk, Adri, vrouwen, Theo en last but not least zwager Bart bedankt!
Ad Doedijns
Een SuperMolrit 18-5-2013
Da’s nog eens een kop. Eentje waar je alle kanten mee op kunt.
En alle richtingen zijn in dit geval goed.
Een superrit omdat deze voor de verandering naar Rockanje ging en dus stond de route garant voor zeer veel afwisseling. Alles wat in Nederland aan verscheidenheid van natuur te vinden is kwamen de 27 mollers op hun 160 kilometer lange tocht tegen. Nee geen immense heuvels, maar toch wel even wat klimwerk door de Kiltunnel ter afsluiting. En polders, weiden, dijken, bossen, duinen en de zee.
Harry en Theo hadden een mooi parcours uitgewerkt en schroomden zelfs onderweg niet om nog enkele varianten te bedenken. Bijzonder was de weg rondom Brielle. Nu eens niet dwars door maar vlak langs de vesting. Daar waar Alva zijn Waterloo vond (al kende hij dat gezegde niet, omdat Napoleon toen nog geboren moest worden).
Op naar Oostvoorne en daarna naar Rockanje. Windje tegen, maar dat was behalve de koude, het enige wat parten speelde. De verwachte regen bleef gelukkig uit dus bleef het droog tot aan de pauze. De plot van het verhaal maar alvast verklappend: er viel de gehele dag geen spetter.
Na een aantal sanitaire oponthouden omdat het één en ander niet kon worden opgehouden, was daar eindelijk de zee voor het pelotonnetje. De volgwagen was van slag en zat een slag te ver, maar dank zij de moderne apparatuur werd ook dat probleempje snel opgelost. Appeltaart, koffie (thee) en twee helblauwe ogen veraangenaamden het verblijf met het uitzicht naar wat er nog komen zou.
Na de diverse plichtplegingen zoals het stempelen van de kaart en het scannen van weer een andere kaart en –niet te vergeten- het afrekenen van de diverse consumpties, werd het vertrek meester gegeven en werd er richting het eiland Voorne-Putte gereden. De angst dat dit het mindere deel van de route zou worden bleek allengs ongegrond. Er zijn daar meer wegen die naar de Haringvlietbrug leiden dan alleen maar die vermaledijde provinciale weg waar geen eind aan lijkt te komen.
Net voor de Haringvlietbrug, met de Hoekschewaard in het verschiet, werd de groep tijdelijk opgehouden door een echte wielerwedstrijd. Een heleboel plisie, een compact peloton waarin iedere renner met het meest grote verzet door de bocht ging… ze kwamen van de brug af he. En, een heleboel volgwagens, voor iedere renner één leek het wel. De ene wagen volgepakt met een halve fietswinkel en de andere weer met niks. Wat die daartussen te zoeken had, blijft een onopgelost raadsel. Na verloop van tijd en hilariteit, kwam aan genoemd oponthoud toch ook een einde en konden we richting de lang verwachte Hoekschewaard. Niet iedereen is het er over eens, maar het is een prachtig gebied. Daar waar de aardappelen vandaan komen, daar waar de dijken liggen die het water tegen houden, daar waar de Golden Earring ook dit jaar in de zomer op zal treden. Waar vind je zulke verscheidenheid. En om uit die waard te komen moet er ook nog veel moeite gedaan worden, zo graag willen ze je daar houden –lijkt het. Hoe je het ook wendt of keert, je zal een tunnel moeten beklimmen.
Omdat de plot al is verklapt iets anders.
Harry en Theo bedankt voor de mooie rit, verkeersregelaars bedankt voor jullie tomeloze inzet en chauffeur met bijrijder bedankt voor het altijd maar weer de juiste plek terug te vinden na een paaltje in het wegdek . Ik meen dat te kunnen schrijven namens alle aanwezigen van deze Super Molrit op 18 mei 2013.
Douwe
Top weekje Mol 14-4-2013
Het gaat er op lijken. Afgelopen paasweekend een rondje Breda gefietst van 110 km en Bultentocht 140 km gereden. Een dinsdag de trainingsavond aan mij voorbij laten gaan omdat ik op woensdagmorgen met de jeugd van de Mol zou gaan fietsen en tijdens de Bultentocht hoorde ik dat Ronald en Erik dan de tocht voor de komende zaterdag zouden voorrijden.
Toen ik vanmorgen bij het vertrekpunt, Impuls, aankwam ben ik niet verder gekomen dan de hal van het pand.
Het was druk een groep zou Leerdam met een bezoek vereren en Ronald en Erik zouden ons leiden naar de paters van Meerseldreef in België, maar wat zie ik tot mijn verbazing het hele elite corps hadden Ronald en Erik meegenomen. Wat denk je Dimitri, Jaap, Dirk en Ton waren ook van de partij. Met z`n zessen zouden zij voorrijden. Hun bikes waren voorzien van luxe Garmins van het laatste type. De navigatie apparatuur vertegenwoordigde een waarde van zeker meer dan €3.000,00. Wij konden bij wijze van spreken met onze ogen dicht de mannen achterna rijden. Moet je natuurlijk niet proberen, want dan lig je zo in de greppel.
Met een stevige Noord Oostenwind reden wij, zoals min of meer te verwachten was, naar Terheijden, Boswachterij Dorst en Bavel, maar daarna bogen wij af richting Chaam. Een stuk Chaamse bos was niet te versmaden. Heerlijk ging het. Ik, en niet alleen ik, kreeg op een gegeven moment het idee dat de navigatieapparatuur van onze elitegroep het liet afweten, omdat er gestopt diende te worden om te beraadslagen hoe nu verder moest worden gereden. Mij hoor je niet klagen, want ondanks de stevige wind was het heerlijk fietsen, daarnaast een leuke bijkomstigheid omdat ik weer een paar wegen die ik nog niet bereden had in het Brabantse aan mijn lijst kon toevoegen.
Op een gegeven moment was het weer even dubben, maar het merendeel van de groep reed linksaf Ronald achterna, maar wat later bleek een groepje had minder vertrouwen en vroeg aan iemand de weg naar de paters. Dezen wantrouwige waren onder meer Ton, Franco, Douwe, Dirk en nog een paar. Na meer dan 70 km hadden wij uiteindelijk met dorstige kelen de paters bereikt. Gulzig vielen wij op de koffie aan, die wij ons goed lieten smaken. Ongeveer 20 minuten later, wij zaten al aan onze tweede kop koffie, kwam pas het groepje wantrouwige binnen. Uiteraard liep de pauze iets uit, maar dat was geen enkel probleem, omdat het gewoon Mols gezellig was. Chris liet zelfs een menu aanrukken, gelukkig maar een één gangen menu, want anders hadden wij er om halfacht nog gezeten. Zelf heb ik een tafel gedeeld met onder meer Henk, Hans, Jan en nog een paar.
De elitegroep werd niet gespaard en kregen de nodige op- en aanmerkingenop een leuke manier over zich heen.
De reis werd na de pauze richting ons welbekende eiland aangevangen en wonder boven wonder, zonder smerende beren, trapte dit in het begin lekker en soepelweg zonder veel last van de wind te hebben, maar gaande weg kregen wij toch weer te maken met een straffe wind met het gevolg dat iedereen als geliefden dicht tegen elkaar kroop om maar te kunnen profiteren van de luwte van de persoon voor of naast hem. Dit keer geen haar, want vrouwelijke wielertoeristen hadden wij niet in ons midden.
Eenmaal weer op ons vertrouwde eiland aangeland ging op een zeker moment ieder zijns weegs.
Thuis gauw een douche genomen om daarna dit stukje te kunnen schrijven. Onder hetgenot van een rode Chateau de l`Horte en nagenietend en gloeiend heb ik het geschreven. Drie ritten in vijf dagen met een totaal van 372 km in de benen. Top toch!
Ad Doedijns
NB:
Aan de rit voor zaterdag wordt door Ronald en Erik nog geschaafd, maar de ruwe versieis een diamant
Een barre rit 23-3-2013
Tijdens een discussie waarbij onder andere de vraag werd gesteld of gevoelstemperatuur valt te meten, en zo ja hoe, werd het op zaterdag 23 maart al heel snel tijd om de beslissing te nemen of het verantwoord zou zijn de jaarlijkse Waardentocht door te laten gaan. Zo uit mijn ooghoeken kijkend, terwijl met het discussieonderwerp al maar meer zijwegen werden besproken (wat geeft bijvoorbeeld de thermometer aan bij nul graden en een gevoelstemperatuur van min vijftien), zag ik dat er al dan niet versteend van kou en stevige tegenwind steeds meer Mollers richting de warme koffie en thee rolden.
Van afgelasting van de rit, wegens kou en fikse wind(vlagen) kon op dat moment bijna geen sprake zijn, tenzij je als TC-lid een opkomende wens op een versneld levenseinde zou hebben. Dit laatste en het feit in overweging nemend dat de heenreis in de rug gesteund zou worden door een oostenwoei, werden in allerijl alsnog de gele hesjes, de portofoons en de oranje hesjes aan de Mollers “van dienst” uitgereikt, terwijl ook nog even de inschrijftafel in orde werd gebracht. Zelf -bedacht ik me- moest me nog inpellen en daarmee wapenen tegen de verwachte koude. En uiteraard ook nog de bedachte scannen plegen. Het is duidelijk: inpellen en scannen gaat niet te samen, dus werd daarvoor effe hulp gevraagd.
Even na negenen vertrokken zo’n dertig deelnemers voor een toen al gedenkwaardige Waardentocht. Met de wind in de poeperd. Al snel was er het eerste oponthoud. De mannen bleven wel erg lang weg voor een lekke band. Bevroren ventiel? IJzige lucht in de binnenband? Nee, later bleek er een schaap op zijn kant te hebben gelegen. Een aantal Mollers met een ruim hart voor alles wat leeft en bloeit en hen altijd maar weer boeit, trachtten het beest op al zijn poten weder recht op te zetten. Na een aantal keren gaven zij de moed op, nadat gebleken was dat het schaap er zelf niet zoveel zin meer in had. Door de op dat moment voor het Mol peloton schappelijke wind, was de groep kebab weer snel retour. Een lekke band, was snel verwield en het Mol gezelschap spoedde zich naar de koffiepauze, na eerst door een zeer gure Hoeksewaardse zijwind te zijn geteisterd.
Het voorstel om na de Volkeraksluizen maar naar Rockanje te fietsen en daar de bus naar huis te nemen stuitte onderweg op praktische bezwaren, waarbij het belangrijkste bezwaar was dat er geen rechtstreekse busverbinding zou zijn.
Dus.
Dus werden de voorrijders en de verkeersregelaars het laatste stuk na de pauze daadwerkelijk op de proef gesteld. De mannen en vrouwen die daar achter reden, haalden de bekende capriolen uit om maar vooral niet al te veel in de wind te zitten. En dat alles ging op een verantwoorde en veilige manier. En het moet toch weer eens geschreven worden: wat een geweldenaren zijn die verkeersregelaars toch. Het leek er niet op of zij last van die lastige wind hebben gehad. Een grap tijdens het passeren verwaaid in de oren aankomend en af en toe de kop overnemend om de voorrijders op adem te laten komen.
Eigenlijk was het een barre rit, zwaar en niet eens door de kou maar eerder door de af en toe adembenemende wind. En dat het peloton de rit ongehavend heeft uitgereden is mede te danken aan het feilloze voorrijden van Ferrie, Kees, Jaap en Ardwil. En het verkeersgeregel van Anton en Ronald. En dit alles ondersteund door de bemanning van de volgwagen, Ad en André.
Het was me een ritje wel. Eentje die in mijn geheugen is vastgevroren.
En voor hen die het naadje van de kous willen weten over de gevoelstemperatuur, verwijs ik naar onderstaande.
De formule voor de gevoelstemperatuur (G) op basis van JAG/TI-methode luidt:
G = 13,12 + 0,6215T - 11,37(3,6W)^{0,16} + 0,3965T(3,6W)^{0,16} \,\,
met temperatuur T in °C op 1,50 meter hoogte en gemiddelde windsnelheid W in de afgelopen tien minuten in m/s op 10 meter hoogte (conform de internationale afspraken voor de meting van luchttemperatuur en windsnelheid). De windsnelheid wordt met de machtsfunctie (^0,16) herleid van de windmeting op 10 meter hoogte naar de wind op 1,50 meter hoogte.
In de lage landen wordt in weersverwachtingen de windsnelheid meestal aangeduid als de windkracht volgens de Schaal van Beaufort. Uit de formule op basis van JAG/TI-methode en de empirisch vastgestelde omrekenformule van de Beaufortschaal volgt de volgende praktische benaderingsformule van de gevoelstemperatuur (G):
G \approx 13 + 0,62T - 14B^{0,24} + 0,47T B^{0,24} \,\,
met temperatuur T in °C op 1,50 meter hoogte en windkracht B volgens de Schaal van Beaufort. Deze formule gaat uit van de gemiddelde windsnelheid van iedere afzonderlijke Beaufortwaarde. De uitkomsten uit deze benaderingsformule komen niet exact overeen met de waarden in bovenstaande tabel omdat de Schaal van Beaufort geen continue schaal is
Douwe.








