Een sprookjesrit 17-12-2011
Zaterdag 17 december 2011, de kerstdagen en de jaarwisseling komen er met rassen schreden aan, maar de kerstmarkt is vandaag en zorgt in de Dordrechtse binnenstad ongetwijfeld voor veel Anton Pieck achtige taferelen. De weersverwachting voor vandaag is gelukkig minder spannend, ondanks het feit dat er hagel en onweer is voorspeld.
Zwager, Bart, en ik hadden er in ieder geval alle vertrouwen in en togen dan ook omstreeks halftien richting Impuls. Aldaar aangekomen zei Bart, dat er al één was, maar gelukkig kon ik hem uit de droom helpen, want er waren er al zes. Eenmaal binnen zag ik dat Henk Biest, Jetse van Melick, Rinus v.d. Burg, Theo v.d. Waal, Nestor Ton en Jannes en Jaap al aan de koffie zaten. Even later kwamen er meer. Kees “de snor” met maat Frans en Henk Kelfkens en Cees Bakker. Jannes was op weg naar Impuls onderuit gegaan en had last van zijn been. Hij besloot om niet mee te gaan Ton dacht er hetzelfde over. Na de koffie en wat te hebben gekletst gingen wij naar buiten, maar toen wij naar buiten gingen weer kaatste de zon in de ruiten van de in-, uitgang van Impuls, het leek wel een
betovering, want wat bleek nu, buiten stond de “tanden fee” Jonneke op ons te wachten en Ronald met zijn Eenhoorn op brede banden. Toen wij op onze fietsen stapten veranderden dezen terstond in een eenhoorn. De tanden fee en Henk Kelfkens, die toen hij buiten kwam veranderde in Merlijn de tovenaar, namen de leiding. Merlijn snelde op zijn Eenhoorn naast de vliegende tanden fee. Wij in galop er achter aan. De tanden fee en Merlijn voerden ons in galop over geplaveide wegen richting één van de poorten van het eiland van Dordrecht, namelijk de Moerdijkbrug. Eenmaal de brug over ging het in een boog langs snelle wegen richting vestingstad Moerdijke. Aldaar zag ik in de toppen van de bomen een buizerd zich losmaken uit een boom. Hij sloeg zijn vleugels uit en je zag de enorme reikwijdte van zijn vleugels. Een machtig gezicht om zo`n rover boven je te zien vliegen. De wind die zorgde voor enige weerstand deed ons besluiten om onze eenhoorns aan te sporen tot enige spoed. Na vestingstad Moerdijke te zijn gepasseerd reden wij door het ambachtelijke gebied van Moerdijke, alwaar de eenhoorn van elf Bart zijn hoefijzer verloor. Het gezelschap trok daarop aan de teugels om de eenhoorns te laten grazen en elf Bart verving het ijzer met gezwinde spoed, waarop wij weer in galop verder gingen. Onderweg zagen wij nog een prachtige regenboog. De pot met de gouden munten lonkte, maar wij bleven in het spoor van onze fee en tovenaar. Onze tocht richting vestingstad Willemstad ging net even anders als een week daarvoor, maar volgens mij waren wij het ambachtelijke gebied nog niet uit of wij werden overvallen door regen. Ongetwijfeld veroorzaakt door een heks maar tot onze schrik veroorzaakte deze heks ook een kapot hoefijzer van elf Jaap. Hij diende van zijn eenhoorn af te stijgen. Het bonte gezelschap maakte eveneens halt. Een paar elfen groepeerden zich rond de tanden fee een paar rond elf jaap. Zo onversaagd als wij elfen waren, wij genoten immers bescherming van tanden fee Jonneke en tovenaar Merlijn, bleven de elfen Jetse, Bart, Ad en Ronald bij elf Jaap achter en de rest van het gezelschap zocht even verderop beschutting onder een afdak bij een herberg waar stalen rossen kunnen bijtanken. De striemde regen zorgde voor gevoelloze vingers bij elf Jaap, maar hij volhardde en hij slaagde er ten lange leste in om het hoefijzer van zijn eenhoorn te vervangen. De eenhoorn van elf Ronald was nogal ongedurig zodat hij, om zijn eenhoorn in toom te houden, heen en weer reed door de berm, er voor zorgend dat de andere elfen niet door de poten van de steigerende eenhoorn van hem werden geraakt. Toen elf Jaap gereed was stegen wij weer op en zetten wij in draf de achtervolging in om even later het gezelschap onder het afdak vandaan zien te komen van de naast de weg gelegen rustplaats voor stalen rossen. Nadat wij vestingstad Klundert waren gepasseerd veranderde onze tanden fee in een nog mooiere fee, met het gevolg dat wij onze eenhoorns harder aanspoorden om haar te kunnen volgen. Op een gegeven moment vochten de elfen erom om en plaats vlak achter haar te bemachtigen. Zonder verdere tegenslagen, het zonnetje scheen, de regen was allang vergeten, naderden wij vestingstad Willemstad. Onze fee en tovenaar wilden voorkomen dat wij problemen zouden krijgen met de dwergen van die stad, zodat wij in een boog om deze stad heen zijn gereden richting herberg “De Banaan”. Toen wij bij voormelde herberg arriveerden, werden wij door een vervaarlijk blaffende wolf op gewacht. Zijn tanden flonkerende door de weerkaatsing van het zonlicht, maar gelukkig kwispelde zijn staart steeds harder naarmate wij dichterbij kwamen. Elf Ronald vond dit blijkbaar maar niets en hij besloot om alleen alvast vooruit te snelle naar vestingstad Dordrecht. Wij werden hartelijk welkom geheten door de herbergier en zijn zoontje. Even later lieten wij ons koffie brengen. De herbergier zette tevens Jan Hagel koekjes neer. Onder het genot van een bak koffie hebben wij lekker zitten kletsen. De tijd stond niet stil! Het halfuur was ook nu weer snel voorbij, zodat wij ons weer gereed dienden te maken voor onze tocht. Onze fee en tovenaar voerden ons mee door de waard van het Hoekse.
Een toverspreuk van onze fee had de heks veranderd in een goede heks met het gevolg dat wij de wind in de rug hadden. Onze eenhoorns kwamen toen op een gegeven moment los van de grond, want onze fee had weer een metamorfose ondergaan
Wij elfen konden dus niet anders dan onze eenhoorns de sporen geven, dan zullen jullie ongetwijfeld begrijpen. Onderweg kwamen wij weer een buizerd van behoorlijke omvang tegen. Ook hebben wij grote groepen jagers gezien die wij gelukkig voor konden blijven, want anders waren wij
misschien wel afgeschoten. Het stuk door de waard van het Hoekse werd gereden onder heel gunstige weersomstandigheden wind in de rug en een schitterend zonnetje aan de hemel. Vlak voor he eiland van Dordrecht nam elf Jetse afscheid van ons en wij dienden natuurlijk weer door een poort, maar nu onder de rivier door. Gelukkig ging alles goed. Geen trollen gesignaleerd. Toen wij op het eiland weer boven kwamen scheen de zon nog steeds en veel de groep langzaam uit één en nam de betovering langzaam in kracht af. Ter hoogte van het landgoed Dordwijk nam onze fee afscheid en nam weer haar gewone gedaante aan Elf Cees ging met haar mee. Wij gingen in galop verder richting Impuls waar elf Henk Biest en een plaatsgenoot die al drie jaar lid is op huis aan reden. Tovenaar Merlijn en de elfen Bart en Ad reden verder tot Dubbeldam waar tovenaar Merlijn afscheid nam en direct weer veranderde in Henk Kelfkens. Bart en ik reden nog een stukje samen op in even later gingen ook wij ieder ons weegs. Wij hebben van de kerstmarkt niets meegekregen, wie weet morgen, maar wij hebben vandaag ons eigen sprookje beleefd. Een schitterende rit onder aanvoering van Jonneke en Henk.
Ad Doedijns
Beren op de weg 22-11-2011
Om 22:00 uur gepland vertrek van d'ouwe mannen vanaf Reaplus. Telefoontje: Kees was één schoen vergeten, of we ff wilden wachten. Natuurlijk, het zonnetje scheen, dus wachten was geen nood. 22:10 de telefoon: zit in Papendrecht, dus ik kom er aan; Kees. Dat zou te lang duren, dus zo gezegd zo gefietst. Bij de Tweede Tol stond Kees, met twee schoenen en zijn fiets met twee wielen. Verder op pad met 17 mannen. Richting Seppe. Hoe we daar uiteindelijk zijn gekomen, de mist werd welaan dichter, dat zal Cees wel weten. Ik bungelde er maar een beetje achteraan en maakte twee(!) lekke banden binnen één kilometer van Karel mee. Dure banden, goedkope banden, het maakt niks uit, als de lucht eruit loopt gaat dat bij beide soorten banden even hard. Met als uiteindelijk resultaat: veel gelach en geplaag en een nieuwe binnenband en nog een. Na Seppe, huiswaarts via de bekende bietencampagnewegen. En dan daar ook nog een lekke Bramband. Het kan eigenlijk niet erger, in de blubber en dan lek. Die suikerbietenboeren moeten eens een voorbeeld nemen aan de aardbeienetelers. Een cleane methode, zonder aarde, dus zonder modder. Bovendien is de oogsttijd van de aardbeien aanmerkelijk aantrekkelijker. De eerste boer die zijn suikerbieten gaat telen in een lekker verwarmde kas, zal ik in ieder geval met gejuich en open armen begroeten en zal hem gelijktijdend voordragen als erelid voor het leven van de toerclub. En waarom? Iemand die ons bij thuiskomst, zo rond de klok van 27:10, had gezien, had zich afgevraagd of we een veldrit achter de rug hadden of zag het historisch tv-beeld van de douchende renners in Roubaix voor zijn ogen live herhaald. Mannamannaman, wat zagen we eruit (behalve Henk, die slim genoeg de hele weg vooraan reed) en wat hebben onze fietsen te lijden gehad.
Maar toch, na het douche- en poetswerk, gerelativeerd en blij dat we toch weer op pad zijn gegaan. Als voorbereiding op het nieuwe seizoen.
D'ouwe gespikkelde beer.
Het was me het ritje wel 19-10-2011
Het was me het ritje wel. Vandaag was er geen regen voorspeld (de eerste uren), dus zat ik niet in mijn allenige eentje aan de koffie bij ReaPlus. Een mannetje of twintig (of dertig zou ook zo maar kunnen) troostten mij met mijn aanwezigheid vorige week. En allemaal met dezelfde woorden: tja het regende. Alsof ik dat niet wist.
Als gevolg van vakantieperikelen van onze akela, werd in overleg(?) medegedeeld dat de rit vandaag naar het meest bekende vliegveld in onze omgeving, Seppe, zou voeren. Want de wind zou uit het westen waaien. Volgens plan dan. Was er dan wel wind? Als je voorop reed, dan wel natuurlijk. In de groep is het wat minder winderig, overigens is dat dan wel weer afhankelijk wie er voor je rijdt. De Moerdijk passerend, of overgaan, zoals sommigen ook wel denken. Een aantal redelijk bekende Brabantse wegen overfietsend, kwamen we alras tot de ontdekking dat sommige medeweggebruikers toch iets andere inzichten in de bestaande voorrangsregels hebben en dat sommige Mollers (en dat is dan wel weer logisch met zo'n clubnaam) een iets ander beeld hebben van een verkeerslicht dat de bovenste lamp rood doet kleuren. Je zou zo maar kunnen verwachten dat dan de andere weggebruiker gelijker tijd een verkeerslicht ontmoet, dat de onderste lamp groen doet kleuren. En dat betekent in dat geval dat de andere weggebruiker, geheel volgens de geldende regels in Brabant en omstreken, zich genoodzaakt voelt zich met grote spoed langs dat verkeerslicht te haasten, tenzij een Moller zijn pad kruist, die dan hoopt dat die andere verkeersdeelnemer enige coulance vertoont en met een wijds armgebaar en een vriendelijke glimlach van achter zijn dan nog niet roodgekleurde voorruit en waarschijnlijk toch geheel tegen zijn zin de Mollers hun pad te laten vervolgen. Dit geschreven en gedacht hebbend stond ineens de koffie klaar bij het knusse restaurant naast de startbaan van genoemd vliegveld. Buiten droog, de ruggen nat en nu even niet.
Klaar voor vertrek, nadat de onvolprezen bediensters waren bedankt voor hun verleende gastvrijheid, werd -door wie dan ook- besloten om via Rucphen (speciaal voor de Moller die effe naast me fietste en niet precies wist waar we waren en hoe je het schrijft) huiswaarts te fietsen. De wind was wat gedraaid, dus de gehoopte rugwind bleef na tien minuten achterwege. Wel werd het peloton getrakteerd op een andere verrassing. Regen. Terwijl dat pas na tweeën was besteld. Jacks aan, jammer eigenlijk dat het meerendeel de MolRegenJacks heeft ingeleverd, want het was een kakofonie aan lelijke kleuren, wat waarschijnlijk de reden was voor het naderende onheil. Regen, dus lekke banden. Drie of vier (ik kan maar tot drie tellen...) binnen een kilometer. Het tempo lag er volledig uit. Maar Samen Uit Samen Thuis geldt ook voor de Woensdaggroep, dus werden tijdens de oponthouden de stralen van het dan weer doorbrekende zonnetje opgezocht om de stramme botten niet geheel te laten verstijven (dat kan natuurlijk niet, maar ik vind dit wel een leuke zin). Een andere Moller had in zijn theoretische wijsheid besloten om zijn oude grote blad maar weer eens op zijn fiets te monteren, wel nieuwe banden (dat dan weer wel), met als gevolg, of door een verkeerd schakelmoment, dat zijn ketting in de ruststand ging liggen. Goed advies trouwens, om dan niet meer te trappen, het leed (fiets, ketting, vast, kapot) zou dan vast groter zijn geweest. Nu was het even stoppen en de ketting weer in de werkstand leggen. Of het door de altoos maar aanwakkerende waai kwam, het vele oponthoud, de regen of gewoon omdat het even niet ging, het tempoverschil tussen de koprijders en de achterrijders werd dermate groot dat het tot een schifting in het peloton kwam. Het is een wetmatigheid dat indien er op kop eeen bepaalde snelheid wordt gereden de snelheid achter in de groep maar zo twee of drie (ik kan maar tot troi tellen...) kms sneller moet zijn om de groep bij te houden. Vraag me niet naar de oorzaak daarvan, maar geloof me maar, het is echt zo.
Het gaat goed als iedereen in goede doen is, maar dat was vandaag dus niet het geval. Soms is het Xander, soms een Ander en de volgende keer ben jij het, die het niet bij kan houden. Al met al zijn we met zijn allen heelhuids teruggekomen en hopelijk ook wat wijzer. Van bovenstaande, maar ook van de nieuwe moppen die ik vandaag weer heb mogen aanhoren. Kijk, en dan is er ook wel weer lol bij de Mol.
Douwe
Montbrun de Corbiéres 5-10-2011
Eindelijk was het zover zaterdag 24 september, de wekker ging af om 03:15 uur voor de reis naar Montbrun des Corbiéres oftewel Wijnvilla’s. De gedegen voorbereiding kon niets meer in de weg staan of wel. Marco had besloten na een frontale botsing met een andere fietser en op advies van de dokter niet mee te gaan. Klokslag 04:30 uur reden we, Ronald, Dimitri en ondergetekende weg uit Papendrecht om in een rap tempo de 1230 kilometer te beslechten.
Na een paar stops kwamen we om 16:00 uur aan Le Cabernet, zoals al op de site van Wijnvilla’s was vermeld met alle luxe die denkbaar was, een kwestie van tassen uitpakken en daarna een plons in de jacuzzi of zwembad.
Dag 1 was voorbestemd om de omgeving te verkennen, en ja we zijn in de Midi Pyreneeën dus er is geen meter vlak. Vanuit het dorp richting Carcassonne gereden met onderweg een paar pittige beklimmingen en mooie vergezichten kwamen we moe maar voldaan terug in de villa voor jawel een frisse duik.
Dag 3 stond in het teken van fietsen met een stukje cultuur, geschiedenis en strand. We begonnen in de richting van Minerve, een klein dorpje met 122 inwoners wat door de eeuwen heen op een rots is komen te liggen met fantastische bruggen en unieke vergezichten.
En ook de rit hier naar toe was weer op en af met net voor het dorp een pittige. Na een kopje espresso en het vullen van de bidons op een geweldig terras zijn we verder gegaan naar Narbonne Plage. Ook hier weer heuvel op en heuvel af met als uitsmijter de klim net voor het strand van ruim 4 kilometer waarvan ik het percentage niet weet maar het wel voelde in de benen. Dat betekende wel dat wij een heerlijk bord pasta hadden verdient. Na de pasta huiswaarts langs een vrij drukke weg met een stevig tempo, na 30 kilometer nog een keer de bidons gevuld, het was inmiddels tegen de 30 graden en de slot klim beslecht net voor de villa. Dag 4 een rustdag met cultuur snuiven in Carcassonne, een beetje shoppen in Narbonne en luieren aan het zwembad.
Dag 5 de dag naar en beklimming van Pic de Nore oftewel de Jalabert berg. De aanloop vanuit de villa is ongeveer 30 kilometer de beklimming zelf vanuit Cabrespine is 17,5 kilometer met een gemiddelde stijging van 5,2% en de top is op 1211 meter. De beklimming loopt tot 4 kilometer voor de top lekker daarna zitten er stukken in van 10% in een open vlakte waar de wind vrij spel heeft, en die dag waaide het behoorlijk. Na terugkomst zijn we nog even naar het Chateau gegaan om een paar wijntjes te proeven en wat wijn in te slaan voor thuis.
Dag 6 was weer voor de klimgeiten, Col du Jau. Ook hier heb ik een poging gedaan maar na de rit van dag 5 en een gemiddelde van 6,7 en een stuk van boven de 10% heb ik na 4 kilometer de pijp aan Maarten gegeven en mijn fiets op de drager gezet en samen met Dimitri achter Ronald gaan rijden. Wat is die gozer sterk en wat een beentempo fantastisch om te zien en een beetje om jaloers op te worden.
Na beklimming nog een paar boodschappen voor de terugreis gedaan en alles ingepakt. Op tijd naar bed. Dag 7 de wekker ging om 04:15 uur waarna we om 05:00 uur vertrokken voor de terugreis. Na snelle plaspauzes en een voorspoedige rit was ik om 16:00 uur weer in Papendrecht terugkijkend op een fantastische week in een geweldige villa die van alle gemakken is voorzien in een uitdagende omgeving.
Met dank aan het geweldige gezelschap van Dimitri en Ronald.
Eric Barends
Papendrecht
Het wiel is een cirkel 24-9-2011
Het wiel is rond.
Een kleine aanpassing op het gezegde dat de cirkel rond is. In ieder geval zit bij beiden het begin bij het eind. Was ik in het begin van het seizoen een half uur te laat bij de start, vanmorgen zo tegen het eind van het seizoen was ik dus gewoon een half uur te vroeg.
Kon ik bij het begin gewoon op pad gaan, leek me dat heden een slecht plan. Wel wetend dat de rit de Hoeksewaard in zou duiken na dezelfde actie in de Kiltunnel te hebben gedaan, zouden zelfs ziende Mollers me in dit min of meer uitgestrekte gebied nimmer spotten.
Dus geduldig wachtend op Co, die als eerste (in dit geval tweede) het parkeerterrein op kwam, op zijn wielen gevolgd door Piet K.
Of was het andersom? In mijn nog niet wakkere hoofd heb die volgorde kennelijk niet goed op kunnen slaan dus is dat nu minder reproduceerbaar.
In ieder geval, tijd genoeg om mijn fietsschoenen aan te doen, de bidons op de fiets te plaatsen (of is het in de bidonhouder), mijn snelheids, kilometer en cadansmeter op mijn stuur te steken en daarna het geheel aan de pas geverfde maar nu al weer bijna kale stang te hangen.
Veel werk, maar je mot het wel doen, zo vroeg op de ochtend. En dan vergeet ik te vermelden dat de krentenbol ook nog in de achterzak moest worden gepropt, inclusief die halfkromme banaan, die tot veelvuldig verdriet meestens net met zijn puntje boven het zakje uitkomt.
Dus.
Het heeft dan ook wel zijn voordeel (meneer Cruijff zeitutal) om wat vroeger dan noodzakelijk op te staan om dan wat later van het clubhuis te vertrekken. Als ik beter had opgelet dan had ik ook niet zo zenuwachtig hoeven te worden toen ik voor de tweede keer deze week ontdekte dat de toegangsweg naar de A16 in Zwijndrecht was afgesloten. Ik wacht nu op de derde (zelfde) ontdekking, want dan kan ik het volgende stukje beginnen met "een ezel stoot zich algemeen drie maal aan dezelfde steen".
Dus.
De Hoeksewaard in, over de droge modderwegen. Wat een geluk dat het niet had geregend. Want vandaag heeft, behalve een tempoverlaging in het stuk met de dichtregels op het asfalt, het Molpeleton geen hinder van gehad van de restanten die de Hoekswaardse aardappeltelers op de openbare weg achter laten.
Dus.
Wat een prachtige herftsachtige dag en wat een mooie luchten. Mollers die zich alleen met het fietsen bezig houden beseffen eigenlijk niet in welk een bevoorrechte positie zij zich bevinden. Immers, de dag wordt weken van te voren uitgestippeld door de voorrijders. De route wordt verkend (soms meerder malen -alsof de wegen veranderd zouden zijn-),gekeken wordt of de route wel binnen de gestelde aantal kilometers valt, de koffiestop wordt doorgesproken, dat wil zeggen er wordt met de uitbater overleg gevoerd, kan hij/zij wel zoveel druistige fietsers ontvangen, heeft hij/zij (voldoende) appeltaart, is er voldoende toiletaria. En dan wordt de route nog eens in het hoofd nagereden, knelpunten opgesomd, gevaarlijke verkeerssituaties getackeld. Zijn er voldoende verkeersregelaars en willen die wel? Is het clubhuis open, is Co er -zoals altijd- wel? Zijn de portofoons opgeladen, de volgwagen bemand en weet de chauffeur en zijn bijrijder de route en weet hij waar hij en hoe hij eventueel om moet rijden. Betaalt iedereen wel die euro voor de volgwagen en wat moet er vooraf in het praatje worden gezegd. En wat te doen als de groep gesplitst moet worden. En da's alleen nog maar het voorafje.
Dus.
De dag zelf is er ook nog.
Een goede weersvoorspelling, voldoende verkeersregelaars, er zijn twee achterrijders met een porto. Geen valpartijen, één lekke band, hoekers en koffie op het terras
Een mooie rit. Door de Hoekswaard, dat dan weer wel.
Dus.
Blijken we nu al weer het seizoen aan het afbouwen te zijn. Maar 100 kilometer in een geoliede rit.
Dus.
De cirkel is rond.
D'ouwe
Baleco Zeelandtoer 3-9-2011
Zaterdag 3 september, vandaag de Baleco- Zeelandtoer. We beginnen in ’s Heerenhoek waar we worden opgewacht met koffie/ thee en een Bolus. Rond negen uur gaan we op weg voor de eerste tachtig kilometers. In het begin zijn er nog wat wolkjes, maar de temperatuur is eigenlijk al gelijk goed. De route is echt super! Mooi, afwisselend, veel te zien (pittoreske dorpjes, de zee, mooie natuur, en nog veel meer!) en veel te ruiken (uien, vers gemaaid gras, de zee, bolussen, appeltaart, etc.). Ik heb echt zozitten genieten op mijn fietsje! Hopelijk zijn de foto’s die Jan en Wout onderweg gemaakt hebben goed gelukt, ik ben benieuwd.
In Westkapelle hebben we onze stop op een terras in de zon. Inmiddels is het weer echt super, geen wolkje meer in de lucht! Na een lekkere appelpunt en een drankje gaan we de laatste 60 km fietsen. De tweede helft verloopt prima. We hebben niet alleen veel zon, maar ook nog eens weinig wind, heel veel geluk dus,want dat heb je volgens mij niet vaak in Zeeland. We komen danook zonder veel problemen aan op onze eindbestemming. Ondanks dat ik heerlijk heb gefietst, ben ik toch erg blij dat we er zijn, want mijn voetzolen branden erg door de warmte!
Na ons te hebben opgefrist, drinken we buiten op het terras een koud drankje, dat gaat er nu met dit weer echt wel in. Nadat iedereen weer wat is afgekoeld gaan we naar binnen. Daar eten we mosselen of biefstuk. Wat ik zo gehoord heb aan tafel waren de mosselen erg goed, ik zelf heb ze niet op. Ik houd niet zo van mosselen, maar de biefstuk was prima!
Of ik een vakantiedag had, zo voelde het vandaag. Prima verzorging, zeer goed georganiseerd en dan nog dat fantastische weer erbij!
Ik wil iedereen hierbij bedanken die deze dag heeft helpen organiseren, maar natuurlijk in het bijzonder Jan van ’t Leven, heel erg bedankt!Wanneer kan ikme voor volgend jaar inschrijven?
Eveline
Baleco Zeelandtour 3-9-2011
Vrijdag de verjaardag van mijn zus gevierd in de tuin onder meer onder het genoot van een glas wijn en een glas water. Ik had mij voorgenomen om gematigd te nuttigen om de volgende dag goed aan de Baleco te kunnen beginnen. Met zwager Bart nog even goed afgestemd het tijdstip dat hij mij komt halen.
Toen ik samen met mijn vrouw Diana om even na twaalf uur naar huis ging was de auto van Bart al voorzien van de fietsendrager, wat kon er nog verkeerd gaan! Om halfzeven was ik kant en klaar. Fiets stond gereed rugzak gepakt, maar geen Bart. Om tien over halfzeven Bart een sms gestuurd. Geen reactie. Toen maar gebeld. Krijg zijn dochter Michelle aan de lijn. Zij zou wel even boven kijken . En wat ik al vreesde was een feit. Bart had zich verslapen. Om kwart over zeven konden wij toch vertrekken. Na de TomTom te hebben ingesteld direct naar `s-Heerenhoek afgereisd.
Toen wij arriveerden bleek dat de volgauto er nog niet was met haar gevolg. Wij waren dus gelukkig nog op tijd. Wij gingen ons melden bij een lieftallige dame. Bleek dat wij ons vooraf hadden moeten opgeven. Gelukkig was het geen probleem. Onze namen werden toegevoegd aan de lijst, waarna wij ons naar het restaurant begaven waar al diverse Mollers aan de koffie met een Bolus zaten. Nadat wij waren aangeschoven kwam er direct een dame naar ons toe in (volgens mij iets modernere) klederdracht om ons van koffie te voorzien. De Bolus stond reeds klaar en ik wilde de Bolus met de servet opmaken toen André mij op de vingers tikte met de opmerking dat een Bolus me blote handen gegeten diende te worden. Aldus gedaan! Organisator Jan van `t Leven nam even later het woord en voorzag ons van informatie en instructies, waarna wij ons naar buiten begaven om ons gereed te maken voor vertrek.
De stoet, zo mag ik het denk ik wel noemen, bestond niet alleen uit de deelnemende fietsers, maar ook uit de volgauto, twee motorbegeleiders en een auto met fans en fotografen. Een groep vanmeer dan 60 personen Wij vertrokken richting Nisse. De temperatuur was al goed alleen het was nog even wachten op het zonnetje, dat zich al wel schuchter had laten zien. De motorrijders zorgden ervoor dat het tegemoetkomend verkeer alert was en hielden het verkeer op kruisingen e.d. tegen. Dit betekent niet dat onze verkeersregelaars niets te doen hadden gedurende de tocht, want regelmatig flitsten zij langs ons heen, onder de kreet Achter! De omgeving was mooi de wegen rustig het was heerlijk. De dorpjes die wij aandeden waren veelal authentiek en in het begin van de tocht wel heel stil. Rondjes rond de kerk waren niet vreemd. De tocht ging langs het Veerse meer en langs de zee. Zeker toen wij op de zeewering reden en de zilte lucht konden inademen. Van al dit genieten kan je natuurlijk onder de indruk raken. Eveline overkwam dit op een zeker moment. Zij zat zonder er erg in te hebben plotseling in het grint langs de weg, maar heel koelbloedig zonder de anderen in gevaar te brengen wist zij weer op de weg terug te komen zonder brokken te maken. Wat mij tijdens de tocht opviel was de spontane reacties die wij ontvingen van mensen langs de kant van de weg. Sommige juichten ons toe en klapten. Toen wij door Domburg reden was het gezellig druk, veel mensen op straat en op terrassen. Ook hier werd er geklapt. Het leek de Tour de France wel. Op een gegeven moment naderde de kilometerteller de tachtig en wij WestKappelle. De voorrijders hadden volgens mij trek in koffie want het tempo ging omhoog. Eenmaal in Westkappelle aangekomen deden wij Brasserie De Tijd aan waar wij op het terras van koffie en appeltaart werden voorzien. Het zonnetje liet zich toen al van haar beste kan zien. Op het terras de tafel gedeeld met Bart, Theo en Hans. Wij hoorden op een gegeven moment een luidde knal. De achterband van, volgens mij, de fiets van Henk Biest gaf de geest. Wij kregen toen nog een demonstratie snel band vervangen van Cees Molenkamp. Volgens mij weet hij niet dat bandenlichters bestaan, want hij doet het, als ik mij niet vergis, allemaal met de blote hand. Het volgende dorp dat wij aandeden was het dorp van Aag die daar te kerke gaat. Onderweg tijdens onze tocht werden wij nog getrakteerd op ringsteken, dames in originele Zeeuwse klederdracht en een tweetal paardentrams waar achter wij ons vastreden. Een automobilist blokkeerde voor de paardentrams de weg. Hij diende dus plaats te maken. Onderweg nog op gefietst met Anne Marie. Zij vertelde mij onder andere over haar leuke ervaringen en inspanningen tijdens de 2-daagse tocht Dordrecht-Nieuw Dordrecht Dordrecht die zij gereden met de dertigtal andere Mollers. Leuk om te horen. (By the way, succes tijdens de onderhandelingen!) De tocht naderde langzaam maar zeker haar einde. Met meer dan 140 kilometers in de benen en een gemiddelde van 26.6 het goede moment. (Volgens Karel U hebben wij 160 hoogte meters gemaakt. Mijn ANWB Travel & Co teller geeft dit niet weer.) Het laatste stuk ging over kronkelende dijkjes en toen wij weer bij De Geveltjes aankwamen lachte het terras ons uitnodigend toe.
Na mij een beetje te hebben opgefrist op het terras plaatsgenomen alwaar ik al snel van zo`n heerlijk geel Engeltje werd voorzien. Na enige tijd had iedereen zich opgefrist en of omgekleed. (Kees Klein maakte er zelfs geen punt van om zichnaast zijn auto van zijn kleding te ontdoen. Hij stond er bij als bij zijn geboorte, helemaal in z n blote kont.) Gingen wij naar binnen om aan tafel te gaan. Binnen was het een dorp op zich.Het zag er sfeervol uit. Bart en ik zijn bij Cees Molenkamp, Karel Uitterlinden, Franco Danese, Gino, Jan (de scheepstimmerman)en één van de fotografen aan tafel gaan zitten. Tijdens het eten van heerlijke mosselen werden er geanimeerde gesprekken gevoerd. Met belangstelling heb ik onder meer geluisterd naar Cees over zijn tocht naar Zweden van 2000 km op de fiets met familie. Karel, die vandaag met een van zijn zoons op de fiets zit om deel te nemen aan een tocht, van het ziekenhuis van zijn zoon, voor het goede doel. Karel succes! Ook aan een geweldige dag komt een einde en dient er afscheid te worden genomen. Zo ook gisteren.
Janvan t Leven, familie, Baleco en niet te vergeten motorrijders bedankt voor deze heerlijke dag.
Ad Doedijns
Betuwse voorbehoedsmethode 30-7-2011
Vandaag 30 juli 2011, na lang twijfelen, nog wat eerder opgestaan om volledig (nou ja bijna volledig) wakker te zijn. Een klimrit vanaf Tiel. Ja, gij leest het goed: de scribent had uiteindelijk besloten, uiteraard zonder buitenaardse druk, deel te nemen aan een verkorterde klimrit.
De start zou plaatsvinden in Flipjesstad en de route zou over de bekende Gelderse en Utrechtse cols leiden. Cols luisterend naar de bijvoorbeeld de bevreesde naam als de Grebbeberg, alwaar ik de dag voor deze beproeving een andere met kleinkinderen de dierentuinbeproeving had doorstaan. De Italiaanse weg, waar ik niks Italiaans aan vinden kon, maar wel een met klinkertjes en haarspeldbochten bekleed stijgend pad. En in de afdaling daarvan, bemodderd bol staand plaveisel waardoor een glij- valpartij niet te vermijden viel.
daarvoor werden ook de venijnige cols als de Prins Bernardsluis, de Rijnbrug Zuid en de Wageningseberg genomen. Zo heet dat in wielertaal.
En dat alles tesamen met de ijzeren mannen, die het plan op hadden gevat om iets meer dan 100 kilometer, wel 150(!), te fietsen. De mannen van staal,op over het algemeen houten fietsen, zouden na de koffiestop bij het welgelegen Cunera en na de weer koudespieren beklimming van de Koerberg niet linksaf de Defentieweg (ik had altijd gedacht dat het Defensieweg was), rechtdoor in de richting Doorn fietsen. De "gezellige groep" ging wel linksaf, met het doel wat minder kilometers te maken. Tenminste, dat was de bedoeling. Want soms zaten de pijlen voor de juiste rijrichting wel op heel vreemde en onverwachte plekken En daardoor kon het gebeuren dat het peleton, volgzaam als lemmingen, steeds verder van het pad af ging, waarbij zichtbaar de vertwijfeling bij de wegbereiders toesloeg. Na bestudering van de routebeschrijving bleek de weg waarop inmiddels was ho-gehouden niet richting Tiel te gaan.
Een plaatselijke bewoner, opgeschrikt door zoveel tweewielerig verkeer kwam eens poolshoogte nemen en begon in zijn dialect een gezellig praatje.Allengs werd het gesprek steeds geanimeerder, we hadden er genoeg tijd voor, omdat de routebeschrijving nog steeds uitvoerig werd bestudeerd. Al snel kwam het onderwerp op de ooievaars die verderop in de weide waarschijnlijk naar kikkers stonden te speuren. Of het kwaad kon dat die beesten daar stonden en wij als peleton met daarin toch een aantal aantrekkelijke vrouwen daardoor geen gevaar liepen.
Ach nee zei de man, je moet gewoon de vensterbank insmeren met heel veel groene zeep. Dan hebben die ooievaars geen schijn van kans. Door die gladheid breken ze hun poten en komen ze met geen mogelijkheid je huis binnen.
Enigszins in verwarring gebracht, want deze theorie gaf ons toch weer een ander beeld van de anticonceptie, vervolgde het peleton de bestudeerde rijroute.
Daarna stonden we ineens voor een plaatselijke braderie, waardoor er verrichter zake omgekeerd moest worden en via de enige andere weg van het dorp de route moesten vervolgen.
Uiteindelijk stond er na terugkomst nog net geen 100 kilometer op de teller en was het regenjasje in de achterzak gebleven.
En ik had mijn klimrit gereden. Zo is dat.
Douwe
Nieuwe wegen 16-7-2011
Zaterdag 16 juli een normale Baleco-rit. Dus niet naar het Zeeuwse, maar gewoon richting de Moerse Bossen. Daar waar we jaren welkom waren op het grote terras van de gelijknamige uitspanning. Maar ook in uitspanningen slaat de recessie toe en waren we als gevolg het bedrijfsplan van de nieuwe eigenaar niet meer welkom. Hij zou namelijk niet toestaan, dat een aantal van ons de meegebrachte etenswaar zouden nuttigen.
Tis niet anders, de man mist een omzet van het Molpeleton en het Molpeleton is soepel genoeg om de route zodanig aan te passen over de weg die leidtnaar de gewenste gastvijheid.
Dus op naar Jagersrust, een voor vele fietsers bekend, midden in de bossen liggend fiets(?) café. En toch ook maar 60,4 mooie kilometers vanaf het Molclubhuis.
33 Mannen vertrokken om 8 uur 1 de verwachte regenbuien vooruit. Naar het zuiden, vanwaar de wind zou waaien. Onderweg werden er nog twee Mollers opgepikt, zodat we toch met een flink aantal de Moerdijkbrug beslechtten.
Via min of meer bekende dijkjes en lanen werd zonder een spat de koffiemetappeltaartenpleisterplaats bereikt. Dat na 200 meter vanaf het clubhuis de 1e lekke band werd gesignaleerd en er ergens onder heenweg één van die goedkope binnenbandjes de geest gaf, waren zo van die bijkomstige gebeurtenissen die het fietsen voor de volgwagen uit juist net dat beetje extra's geven. Snel werden de malleurs hersteld en konden de achterblijvers, mede door het mededogend peloton,de achterstand snel overbruggen.
Opdat we gezamelijk aan de koffie zaten.
Opdat we alras snel op het terras in het zonnetje zaten en nog steeds geen spat.
De terugweg. Dat was een echte belevenis. Dachten we dat we alles weggetjes, rechts- en linksafslagen en daarna weer rechts hadden bereden. Niet dus. Jetse en Ferrie hebben wegen gevonden die er al een tijdje lagen, maar waarvan we eigenlijk niet het bestaan van wisten. Zegge en schrijve ging het parcours een aantal malen over de spoorlijn Roosendaal-Rotterdam. Thuis daarover nadenkend, kwam ik er achter als je een aantal malen rechts en links gaat en je dat in de juiste volgorde doet,je uiteindelijk toch bij het einddoel uitkomt. Zowel fietsend als volgwagend. De fietsers hoefde eigenlijk alleen maar achter de voorrijders aan te rijden om de stal te bereiken, voor de volgwagen werd was af en toe een alternatief parcours noodzakelijk als gevolg van in de weg zittende paaltjes. De dames Klootwijk hadden zich tot taak bedacht om dat tot een goed einde te brengen, wat hen met groot gemak en veel plezier gelukte.
De buienradarwatchers hebben naar mijn idee zich op hetverkeerde been laten zetten. De eerste druppels kwamen pas nadat ik mijn fiets op de volgwagen had gemonteerd, de regenbui een paar momenten later. Dus klopte het: in de middag zou het gaan regenen, maar de meesten van het peleton waren toen al thuis. Afhankelijk waar dat huis zich bevond natuurlijk...
Douwe
MagnaCura Molrit 12-6-2011
’s Morgens vroeg om kwart over zes zit ik op internet te kijken naar buienradar. Echt vrolijk wordt ik daar niet van. Eigenlijk heb ik erg veel zin om nog even lekker terug naar bed te gaan. Op dat moment krijg ik een smsje van Kees. M, met de vraag of ik nog ga fietsen. Ik besluit dan toch maar te gaan, teruggaan kan altijd nog als het weer te slecht wordt. Vlakbij de Mol vallen de eerste druppels al en weer ga ik twijfelen, heb ik wel zin om door dit weer te gaan fietsen? Binnen besluit ik maar naar huis te gaan, want 125 km regen zie ik niet zitten. Op het laatste moment verander ik dan weer van gedachten en ga ik uiteindelijk toch mee.
Onderweg regent het behoorlijk en vooral bij de brug bij Gorinchem krijg ik nog even de nijging om terug te gaan. Toch door gefietst omdat anders Gerrit iedereen zou laten weten wat een …. ik wel niet was! Ja en dat kan ik toch niet helemaal hebben. Gelukkig is naast Gerrit fietsen niet vervelend, zelfs niet als het regent. Nou is het wel zo als je eenmaal nat bent, echt nat, heel erg nat, dan wordt je echt niet natter. En “verder dan je velletje gaat de regen niet en de meeste regen valt toch echt naast je”, dit zijn de wijze woorden van een Slim Mollid! Na regen komt zonneschijn of in dit geval het werd in ieder geval droog. Zo ongeveer op 50 km vielen de laatste druppels. Ja en dat betekent dat we nog een heel eind te fietsen hadden zonder regen, heerlijk! Mijn humeur gaat er gelijk een heel stuk op vooruit. In de stop kunnen we zelfs buiten zitten, wie had dat gedacht. De terugweg blijft het droog en soms hebben we zelfs een waterig zonnetje. De temperatuur is ook prima dus nu heb ik helemaal niets meer te klagen (ja het komt echt wel eens voor!).
Mooie tocht, prima weer (die paar druppels, stelt toch echt niets voor) wat wil een mens nog meer. Niets toch. En toch kregen we nog meer want een van onze sponsors, Magna Cura was zo lief om vandaag op koffie/ chocomelk te trakteren, Ger bedankt!
Eveline Verjaal
De lachvogel 15-5-2011
Ondanks de verwachte regen, het was SuperMoldag (dus regen), Buienrader gaf het aan (dus regen) en Rinus zou de rit voorrijden (dus regen), hadden een groot aantal Mollers -zo'n 65 in getal- de wekker op een schrikbarend vroeg tijdstip af laten gaan. Ik verdenk er een aantal overigens van dat zij zateravond stiekem in het clubhuis zijn gaan slapen om tijdig aan het vertrek van het één na grootste evenement van DTC de Mol kunnen staan.
Toen ik mijn ogen open deed, floten de vogels nog niet eens. Ja, de lachvogel die wakelijk op zijn tak zat, die kreet hardop dat ik als vutter toch dingen deed die ik in mijn hele werkzame periode nog nooit had gedaan: half zes uit mijn eigen veren. En daarbij nog uitschalde dat ik toch maar een rare hobby had om zo midden in de nacht aan het yoghurt-met-noten -ontbijtje te zitten en dan al krakend kauwend de slaap uit het hoofd zat te verdrijven. Natuurlijk repliceerde ik die vogel, dat ik, ondanks de voorspelde regen (zie hierboven) verwachtte een mooie SuperMolRit naar het bijna midden van Nederland te fietsen en dat dat zo'n 80 kilometer van het Molclubhuis verwijderd was en dat dan de reden was om eerder te vertrekken en dat we daardoor nog voor donker terug zouden zijn omdat we immers -op de helft zijnde- ook nog 80 kilometer terug naar het clubhuis zouden moeten fietsen, waarop die vogel zijn snater hield en de stilte viel. Ook al omdat ik mijn noten had vermalen...
Om iets later dan het holst van de nacht, verplaatste ik me naar het eerder genoemde clubhuis, onderweg een enkele puber tegenkomend. Erg vroeg van huis, dacht ik. Of laat naar huis, Vreemde wereld, was mijn snelle overdenking, terwijl de ik de rotonde driekwart nam en het nog droog was. En terwijl het bij de door ons geopende fietsbrug kennelijk wel had geregend, getuige de plassen bij het verderop gelegen verkeerslicht.
En dan is er de koffie en druppelden de overigen binnen, terwijl het buiten droog was.
Zoals ook tijdens de start tot voor de brug bij Alblasserdam. Een stop na de brug om de regenbeschermende kleding aan te trekken, waarna de rit in de plens zich verder voltrok. En toch was er een welkom moment waarbij de warmte die zich binnen het waterafstotende textiel ontwikkelde minder aangenaam werd en de omstandigheden van het weer het toelieten om zich daarvan de bevrijden. Jasjes uit en verder de hele dag niet meer aangedaan. Het advies om het jasje maar aan te houden wat goed zou zijn voor de vetverbranding, heb ik maar even genegeerd...
En toen was er weer koffie en druppelden we met z'n allen op het terras en naar binnen.
Het laatste stukkie, smalle wegen met soms een gestoorde automobilist maar ook vaak begrip van de medeweggebruiker en vooral veel wind dat soms in de rug blies.
Het past me denkelijk om Rinus en Theo een compliment te geven voor de mooie route, maar bovenal voor het regelen van de vertrektijd van het veer naar Kinderdijk. Niet eerder maakte ik mee dat de veerman zijn stalen plaat naar beneden liet totdat het Molpeleton (vermoeid maar oh zo vrolijk) was gearriveerd. Dat de veervrouw even in de paniek leek te schieten bij het zien van zoveel mannen en vrouwen in een gelijk pakkie, verhoogde vanuit mijn optiek alleen maar de overtochtvreugde.
Nadat we Ferrie naar huis hadden gebracht, toog de rest van het peleton nog even een stukkie door de Alblasserwaard, waarna de laatste -altijd lastige- meer dan haakse bocht en hobbel van de Baanhoekbrug werd genomen. En Co geduldig in het clubhuis op ons stond te wachten, in de hoop nog wat omzet te kunnen maken. En dat laatste lukt traditioneel maar moeilijk wat toch echt niet aan Co ligt.
Thuiskomend was de lachvogel al weer naar zijn nest. Hij wel...
Douwe
De nachtegaal 1-5-2011
Op de dag van de arbeid, 1 mei en zondag (?), vertrok een behoorlijk Mol-peleton (ongeveer 60 m/v) richting de Haringvlietbrug. Een voorspoedige rit, met zoals niet gebruikelijk in deze tijd van het jaar, een frisse oostenwind in het zadel.
Maar... voordat het zover was, dat vertrek, wees Jaap, mijn "maat" gedurende de heenweg, op het fabelachtige gezang van het aan de overkant van het clubhuis aanwezige gevogelte. De nachtegaal deed zijn best om aan te tonen dat hij bezig was de nachtegalinnen te verlokken.
Wat leuk dat Jaap me daarop attendeerde. Ik hoor wel eens vaker wat gefluit en getsjilp in het strukgewas of driftig gehamer op een oude boom, maar om zo, live nog wel, kennis te maken met een vogeltje dat je bijna nooit ziet, maakte voor mij de ochtendwijding wel erg heel bijzonder. En zeker als je er de volgende dag achter komt dat zo'n nachtegaal er al een hele lange reis heeft opzitten. Want, in de winter trekt de nachtegaal naar de savannes van Afrika. Als de vogels in het voorjaar terug komen, kiezen de mannetjes een territorium, waarbij ze met hun zang hun aanwezigheid kenbaar maken. Doordat er minder vrouwtjes zijn dan mannetjes en doordat sommige mannetjes meerdere vrouwtjes hebben, blijft een gedeelte van de mannetjes zonder partner. Hierdoor is de zang van de nachtegaal nog tot diep in de zomer te horen.
Tis effe een weet, je hebt er verder niks aan, aan die kennis, maar het is toch wel aardig om te weten.
Tijdens de heenrit, naar de koffiestop in het dorp met de toepasselijke naam Welberg, werd ik telkens op een ander vogelgeluid gewezen. Maar door het geraas van de wind in mijn zadel, werd het gefluit weleens naar de achtergrond gedrongen. Evenals het geluid van het resultaat van een verkeerd geschakelde ketting. Behalve deze geluiden viel de verwachte zwaarte van de terugrit te beluisteren. Want zoals gebruikeijk bij een rit die de vorm van heen en weer heeft, zou met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de terugweg met de wind tegen het stuur moeten worden volbracht. De "snelle groep" begon als eerste aan de terugrit. Wie had verwacht dat die ijzer-(of carbon) vreters de wind zodanig hadden doorkliefd dat de "iets minder snelle groep" er geen last meer van zou hebben, kwam toch wel een beetje bedrogen uit. Het natuurverschijnsel wind speelde danig parten in de spraakvermogen van het MOL-peleton. De wind waaide de woorden uit je mond, voordat deze waren uitgesproken. De wind maakte de woorden van de buurfietsman onverstaanbaar, de wind raasde in de oren dat het een onaardige lust was. Wat waren we blij met een klein bosje dat de wind uit de oren haalde, wat waren we blij met iedere bebouwing die de wind maar enigszins kon tegenhouden.
En wat waren we (al dan niet meer fietsend) blij dat het clubhuis weer in zicht kwam. Uitblazend en hijgend, zonder iets te zeggen genieten van het feit dat het toch maar weer was gelukt. En zonder iets te zeggen, weer die nachtegalen horen. Ze waren er nog. Mooi dat ik ze nu kan herkennen.
Douwe.
3 April, kikker in je bil.
Allemaal gefopt door de weersverwachtingen van vandaag.
Was het gisteren op de Grebbeberg een zonnetje van je welste en zag ik toen bij het inladen van mijn tas net de achterkant van een behoorlijk Mol-peleton, vandaag liet de zon verstek gaan. Tot we thuis waren natuurlijk.
Maar droog dat het toch was!
En wat een mooie route weer. In ieder geval na de Gorkumsebrug en tot de koffiepauze. Een stuk dat niet vaak wordt bereden, werd door Ton en zijn kornuiten weer eens uit de mollenballen gehaald. Wind in de rug en water aan de linkerkant. Daar bij die Paardenstellen in Dussen zijn we inmiddels wel een stevige vaste klant geworden. De koffie was er paraat en dat op de zondagochtend! De éénendertig drankjes werden vlot (na betaling) overhandigd en in het verder lege etablisement werden de inmiddels vaste plaatsen snel weer opgezocht. Als we niet waren weggeweest.
Of Anton met Marcel met hun metgezel en metgezellin ook zo'n hartelijke ontvangst als wij hebben gehad, is op het moment van dit schrijven niet bekend. We moeten maar hopen dat de koffie ook op hun pauzeplek klaar stond.
Ik vermeld dit apart omdat Anton het "voorrecht" had de eerste testrit "verkorte uitgave molrit" te mogen begeleiden. Na een korte stop, nog net op de parkeerplaats onderaan de Grokumse brug liet het grote peleton hen los, om ieder huns weegs te laten gaan. De animo voor de verkorte rit was nu niet echt om over naar huis te schrijven, dus doe ik dat dan maar op de site.
Ik mag hopen dat na de min of meer valse start, het animo voor de 80 km ritten in de toekomst iets groter zal zijn. Oorzaak kan natuurlijk zijn dat de thuisblijvers te veel vertrouwen hadden in de weersvoorspelling.
De route terug een heel eind tegen de wind in en naar de Moerdijkbrug. Dit opstakel gepasseerd zijnde, was het een fluitje van een cent om zelfs Ton kopwerk te laten verrichten. Dat een lekke band zijn snelheid enigszins binnen de perken werd gehouden (de lekke band was van een ander...) mocht ook bij de nestor van het peloton niet de druk pretten.
Complimenten Harrie, Albert en Ton voor de mooie route. Dat Jannes de beschrijving niet heeft willen (ja, ja, kunnen...) uitprinten, omdat hij zonodig weer eens met vakantie was, dat gaan we nog wel eens onder tien ogen met hem bespreken.
Douwe
03-04-2011
De eerste 60km rit van 2011
Ander belangrijk nieuws was het feit dat vandaag, 5 maart, de eerste 60 kilometerMolrit van dit jaar is verreden.
Voor die paar Mollers die er niet bij waren: de rit werd verdeeld over 2 keer 30 kilometer en 2 keer 35 Mollers.
Dus werd er van alles door twee gedeeld. En nu nog niet eens een snelle groep en ook geen verkorte rittengroep. Het animo om in de nieuwe clubkleding door de Albasserwaarden de gansen op te schrikken, was dermate groot dat de splitsregel in werking trad.
Gelukkig had "de Groep Sliedrecht" voor voldoende voorijdmanschappen gezorgd en kon ook de tweede groep met mannen met gele hesjes worden uitgerust.
Doordat André en Gino dit weekend niet IN maar voor de volgwagen wilden rijden, konden zij al laten zien hoe ver zij al in hun trainingsopbouw waren. Zij boden op de laatste nipper, toen duidelijk werd dat het deelnemersaantal de 60 zou overschrijden, hun diensten aan als verkeersregelaar. De eerste groep werd verkeersgeregeld door de ook al uit staal gemaakte Jetse en Theo, die af en toe met het grootste verzet wat er te koop is het peleton voorbijsnelden. Jetse en Theo in ieder geval helemaal blij, terwijl ik vermoed dat Gino en André dat ook wel geweest waren.
Zeker weet ik dat de beide peletons blij waren met de verkeersregelaars. Zelf grote landbouwwerktuigen waarin de bestuurder met een norse gelaatsuitdrukking een KOGA of DTCdeMOLfiets wilde vermorselen werden door onze in het oranje gestoken helden tot speelgoedproporties teruggebracht. We zullen ze leren: dreigend op onze Theo af te komen, dan kennen ze zijn onverschrokkenheid niet. Ook die Audi-bestuurder (sorry Philip...) vond uiteindelijk toch zijn rempedaal terwijl Jetse zijn nogverblikkenofverblozen gezicht trok. Tis me toch wat met al die opgewonden standjes in hun gemotoriseerde vehicels. Het waren overigens wel de enige momenten dat mijn hartslag heel erg in het rood kwam. Het liep alles goed af. Da's het voordeel, we hebben altijd geluk te koesteren.
Geluk dat we ook moeten koestern met een Moller/Sponsor Dani Pellikaan. Het duurde even voordat de fotograaf ons allemaal had waar hij ons hebben wilde, maar daarna smaakte de koffie met de koek uitstekend. Wat een leuke, aardige, vriendelijke geste van Dani om ons te willen ontvangen op zijn bedrijf in Sliedrecht. Het pre-gemopper over het wel of niet nodig zijn van een pauze tijdens een 60 kilometerrit, verstomde bij zoveel gastvrijheid en verstomde bij het aanhalen van de aan het eind van het vorig seizoen verloren kontakten.
Vandaag de Mol weer op zijn best gezien: Dani Pellikaan die als sponsor de leden tracteerde, een flinke deelname aan een van de eerste ritten, een bovenal geslaagde route, voldoende voorrijders, voldoende verkeersregelaars, lachende gezichten, weinig wind, een prachtige waard. Een feest op de fiets. En de Mollers die vandaag iets anders te doen hadden: morgen is er nog zo'n ritje van 60 kilometer en daarna zijn er nog voldoende gelegenheden om je fiets aan ons te laten zien.
Douwe.
Openingsrit 2011 26-2-2011
Na op vrijdag de TEP-Kledingavond de zaterdag daarna de eerste Molrit.
Traditioneel als we zijn, noemen we deze eerste rit de "Openingsrit". Hoe simpel kan het zijn. Op de toeragenda van 2011 is te lezen dat de laatste rit dan ook "Sluitingsrit" wordt genoemd. En zo brengen we onze toerfietsers niet in verwarring. In woorden is het allemaal wel te behappen. Maar voordat we zover zijn, bij de sluitingsrit dan, hebben we al heel wat kilometers onder ons progamma laten doorglijden.
Nu ik dit schrijf is het 26 februari en is het eigenlijk nog aan het winteren. Maar toch was het aantal deelnemers aan de eerste rit buiten verwachting. Ergens op de reflecties meende ik voor weerman te moeten spelen en te voorspellen dat de rit van 26 februari onder zonovergoten omstandigheden verreden zou worden. Kennelijk hadden de 59 deelnemers vertrouwen in mijn voorspellende gaven. Want blijgemoed stapten zij om tien uur op de fiets. Niet wetend dat mijn voorspelling niet helemaal uitkwam, maar wel ontdekkend dat de eerste kilometertjes van het fietsseizoen onder droge omstandigheden werden verreden. En dat was heel wat waard. Bij de koffie na terugkomst in het clubhuis barstte de regenbui los. Jammer vooor die rennertjes die nog aan hun wedstrijden op de baan moesten beginnen en jammer voor dat groepje toerders dat nog effe naar huis moesten fietsen. Zij hielden het niet droog.
Ook vermeldenswaard is het gegeven dat we bij de de openingsrit een aantal nieuwe leden op de fiets hebben mogen begroeten. Leuk die nieuwe gezichten. Het zal voor hen wel even wennen zijn geweest, vaker remmen dan wanneer je alleen rijdt, scherper opletten. Dat kost allemaal extra energie, dus de laatste hobbel (de Baanhoekbrug, waar ik vorig seizoen ook zuchtend en steunend tegenopkeek en fietste) was voor menigeen de bekende kuitenbreker.
Ik ben benieuwd hoe de hobbel genomen gaat worden bij de sluitingsrit.
Douwe








